Inleiding |
Grondwetscommissie |
Wetsvoorstellen |
Parlementaire behandeling |
De Grondwetsherziening |
| - | invoering van de politieke ministeriële verantwoordelijkheid: de ministers zijn verantwoordelijk, de koning is onschendbaar |
| - | rechtstreekse verkiezing van Tweede Kamer, gemeenteraden en Provinciale Staten op grond van het censuskiesrecht |
| - | indirecte verkiezing van de Eerste Kamer, waarbij alleen de rijksten uit iedere provincie lid kunnen worden |
| - | openbaarheid van vergaderingen van alle vertegenwoordigende lichamen |
| - | mogelijkheid om de Kamers te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven |
| - | invoering van het recht van amendement voor de Tweede Kamer |
| - | verlening van het recht van onderzoek (enquête) aan de Tweede Kamer |
| - | invoering van een inlichtingenrecht voor beide Kamers, waardoor interpellaties mogelijk worden |
| - | de begroting wordt ieder jaar in plaats van tweejaarlijks vastgesteld en ook daarbij geldt het recht van amendement |
| - | het parlement krijgt meer invloed op het koloniale beleid: jaarlijks moet een koloniaal verslag worden uitgebracht en de koning heeft niet meer alleen het opperbestuur. |
| - | vrijheid van onderwijs |
| - | vrijheid van vereniging en vergadering en van meningsuiting en van drukpers |
| - | de koning heeft geen invloed meer op besluiten van de Rooms-Katholieke kerk |
| - | een andere procedure voor herziening van de Grondwet: na aanneming van een wijzigingsvoorstel worden verkiezingen voor Tweede en Eerste Kamer gehouden, waarna de nieuw gekozen Kamers met tweederde meerderheid over dat voorstel beslissen |
| Inleiding |
||
| Grondwetscommissie |
||
| Wetsvoorstellen |
||
| Parlementaire behandeling |
||
| De Grondwetsherziening |
||