Bijzonderheden |
| - | een grote toestroom van Belgische vluchtelingen (in totaal circa 1 miljoen) |
| - | de torpedering van diverse Nederlandse koopvaardijschepen |
| - | een strenge controle op zee van de in- en uitvoer door Nederlandse schepen |
| - | ter bekostiging van de oorlogsuitgaven worden vrijwillige leningen gevraagd, met als 'stok achter de deur' dreigende hogere belastingheffing |
| - | de noodzaak tot de opbouw van een omvangrijk distributieapparaat, die gepaard gaat met veel bureaucratie en misstanden |
| - | voedselschaarste, met name in de grote steden, leidt in 1918 tot rellen (aardappeloproer) |
| - | Door de Grondwetsherziening van 1917 komt er een einde aan zowel de school- als de kiesrechtstrijd. Er komt financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs en het algemeen mannenkiesrecht wordt ingevoerd. Daarnaast worden de grondwettelijke belemmeringen van het vrouwenkiesrecht weggenomen, kunnen ook vrouwen gekozen worden, en maakt het districtenstelsel plaats voor het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Tevens wordt een opkomstplicht ingesteld bij de verkiezingen. |
| - | De in 1917 vanwege de grondwetsherziening benodigde verkiezingen worden gevoerd onder de leuze 'laat zitten, wat zit'. Dit is een onderlinge afspraak van de grote partijen om geen tegenkandidaten te stellen en de zittende Tweede-Kamerleden te laten herkiezen. |
| - | Minister Treub voert door samenvoeging van de vermogensbelasting en bedrijfsbelasting de Wet op de inkomstenbelasting in |
| - | De lang gekoesterde wens van minister Lely om over te gaan tot afsluiting en gedeeltelijke inpoldering van de Zuiderzee gaat in vervulling door aanneming van de Zuiderzeewet. Daarbij spelen de diverse overstromingen rond de Zuiderzee in 1916 een rol. |
| - | Een voorstel om een staatspensioen in te voeren, wordt door de Eerste Kamer (die een rechtse meerderheid heeft) geblokkeerd. |
| - | In 1916 brengt minister Pleyte een wet tot stand, waardoor er in Nederlands-Indië een Volksraad komt, een adviesorgaan dat behalve uit Nederlanders ook uit inlanders bestaat. |
| - | In het laatste oorlogsjaar doen zich een ernstige conflicten voor tussen de koningin en het kabinet. Het kabinet steunt minister Loudon die vindt dat Nederland zich moet neerleggen bij geallieerde eisen ten aanzien van de Nederlandse koopvaardij om de voedseltoevoer niet in gevaar te brengen. |
| - | De koningin weigert zich in 1918 neer te leggen bij het ontslag van opperbevelhebber Snijders. Het kabinet wil hem ontslaan, omdat Snijders heeft verklaard dat verzet bij een Duitse inval zinloos zal zijn. |
Samenstelling kabinet |
Mutaties |
Formatie |
data en feiten formatie |
|
| Bijzonderheden |
||
| Samenstelling kabinet |
||
| Mutaties |
||
| Formatie |
||
| data en feiten formatie |
||
| Wetgeving kabinet |
||