Verschillende opvattingen |
Grondwet en internationale verdragen |
Maatschappelijke benadering |
| - | wanneer er op de markt onvoldoende concurrentie bestaat, of wanneer het marktaanbod onvoldoende inzichtelijk is. De overheid kan hier iets aan doen door mededingingstoezicht en door consumentenbeleid; |
| - | wanneer sprake is van zuiver collectieve goederen, dat wil zeggen wanneer de consumptie van de één niet ten koste gaat van de consumptie van de ander (non-rivaliteit) en wanneer consumenten niet uitgesloten kunnen worden van het gebruik van dat goed (non-exclusiviteit). Voorbeelden zijn landsverdediging, handhaving van de openbare orde en dijkbewaking. De overheid heeft hier een taak omdat de consumenten afzonderlijk niet zullen willen betalen voor het gebruik, omdat ze er hoe dan ook van profiteren (free rider gedrag); |
| - | wanneer sprake is van quasi-collectieve goederen. Dit zijn goederen, zoals wegen en onderwijs, die weliswaar niet aan de definitie van een zuiver collectief goed voldoen, maar waarvan men het desondanks maatschappelijk van belang vindt dat de overheid zich met de productie bemoeit; |
| - | bij bemoeigoederen (merit goods), dat wil zeggen wanneer de overheid constateert dat de consumenten uit zichzelf de verkeerde keuzes maken. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen merit goods en demerit goods; |
| - | wanneer de consumptie of productie van een goed of dienst voor- of nadelen met zich meebrengt voor anderen dan de producenten en directe gebruikers. Het gaat hier om externe effecten, dat wil zeggen uitstralingseffecten naar de rest van de maatschappij. Er wordt onderscheid gemaakt tussen positieve externe effecten en negatieve externe effecten. De aanwezigheid van positieve externe effecten kan voor de overheid aanleiding zijn om productie en consumptie te bevorderen (bijvoorbeeld: onderwijs aan individuele personen is gunstig voor de economische ontwikkeling in het algemeen). Negatieve externe kunnen ook aanleiding zijn voor overheidsingrijpen, maar volgens het theorema van Coase hoeft dat niet per se. |
Bestuur en handhaving |
Onderwerpen waarover ministerraad vergadert en besluit |
Trias politica |
| Trias politica | |
| De ideeën van de Franse filosoof Montesquieu over de trias politica hebben internationaal grote invloed op de staatsinrichting gehad. Hij beschreef deze ideeën in zijn boek De l'esprit des lois ('Over de geest van de wetten') uit 1748. Volgens de trias politica is het het beste als er een evenwicht bestaat tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Ook in Nederland is sprake van spreiding van deze machten, maar niet in de meest zuivere vorm. |
Historische ontwikkeling |