Dr. R.F.M. Lubbers

Foto Dr. R.F.M. Lubbers
Christendemocratische voorman en minister-president. Kwam als progressief-katholieke ondernemer in het kabinet-Den Uyl als minister van Economische Zaken. Verwierf in die functie al snel gezag. Volgde na een jaar 'gewoon' Tweede Kamerlid te zijn geweest in 1978 Aantjes op als fractieleider. Werd in 1982 premier, nadat Van Agt zich vrij onverwacht had teruggetrokken. Twaalf jaar kabinetsleider - langer dan al zijn voorgangers - en was in die functie een meester in het bedenken van politieke compromissen, die hij in zijn werkkamer in het torentje beklonk. Bediende zich vaak van ingewikkelde formuleringen (tegenstanders spraken van Lubberiaans taalgebruik). Na zijn premierschap ontging hem, ondanks zijn internationale prestige, het voorzitterschap van de Europese Commissie en de functie secretaris-generaal van de NAVO. Werd later wel onverwacht Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar trad af na in opspraak te zijn gekomen. Harde werker, pragmaticus, manager.

CDA, KVP
in de periode 1973-1994: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, minister van Staat

[ V ][ ^^ ]

voornamen (roepnaam)

Rudolphus Franciscus Marie (Ruud)

[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 7 mei 1939

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

opmerkingen over de naam en/of titel
Drs. R.F.M. Lubbers (totdat aan hem op 6 september 2004 door de Radboud Universiteit Nijmegen een eredoctoraat werd verleend)

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

partij(en)
-   KVP (Katholieke Volkspartij), van 1964 tot 11 oktober 1980
-   CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   directiesecretaris Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek "Hollandia b.v." te Krimpen aan de IJssel, van 1963 tot 1965
-   lid directie Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek "Hollandia b.v." te Krimpen aan de IJssel, van 1965 tot 11 mei 1973
-   lid Rijnmondraad, van september 1970 tot 11 mei 1973
-   minister van Economische Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 4 november 1982
-   fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 november 1978 tot 27 mei 1981
-   waarnemend fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 september 1981 tot 11 september 1981
-   fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1981 tot 4 november 1982
-   minister-president en minister van Algemene Zaken, van 4 november 1982 tot 22 augustus 1994
-   fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 mei 1986 tot 14 juli 1986
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986
-   fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 september 1989 tot 7 november 1989
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 7 november 1989
-   tijdelijk belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met zorg voor de aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 7 november 1989 tot 14 november 1989 (benoemd voor het tijdvak dat nog geen andere minister benoemd was)
-   minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met zorg voor de aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 27 mei 1994 tot 22 augustus 1994 (na het aftreden van minister Hirsch Ballin)
-   part-time hoogleraar globalisering van de economie, Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van mei 1995 tot 1 januari 1998 (twee dagen per week)
-   Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, van 1 januari 2001 tot 24 februari 2005 (kondigde 20 februari 2005 zijn aftreden aan)

ambtstitel
-   minister van Staat, vanaf 31 januari 1995

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

vorige
-   lid kerngroep Christen-radicalen, tot 1968 (bleef lid KVP bij oprichting PPR)
-   vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 6 november 1978
-   lid redactie "AR-staatkunde in christen-democratisch perspectief", van januari 1978 tot december 1980
-   vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1981 tot 11 september 1981
-   politiek leider CDA, van 6 november 1982 tot 29 januari 1994
-   lid Strategisch Beraad CDA, vanaf 1995
-   voorzitter Wetenschappelijk Instituut van het CDA, van september 1995 tot 5 juni 1999
-   adviserend lid dagelijks bestuur CDA, van september 1995 tot 5 juni 1999

lijsttrekkerschap etc.
-   lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1986, van 1 februari 1986 tot 21 mei 1986
-   lijsttrekker CDA Tweede Kamerverkiezingen 1989, van 15 juli 1989 tot 6 september 1989

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

huidige
-   lid Raad van Advies Tinbergen-instituut, vanaf 1995
-   lid Raad van Commissarissen Hollandia Industriële Maatschappij (voorheen Hollandia-Kloos), vanaf juni 1995
-   lid Club van Rome, vanaf februari 1996
-   voorzitter Raad van Toezicht ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland), vanaf 1 juni 2005
-   voorzitter curatorium VNO-NCW, vanaf januari 2006
-   voorzitter Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, vanaf 1 juli 2006
-   voorzitter bestuur Stichting Universiteit van Tilburg, vanaf oktober 2006
-   voorzitter International Advisory Board Rotterdam, vanaf juli 2006
-   voorzitter Rotterdam Klimaat Initiatief, vanaf 2008

vorige
-   preses landelijke Unie van Katholieke Studenten Verenigingen, vanaf 1961
-   lid bestuur "Justitia et Pax"
-   secretaris Onderlinge Verzekeringsmaatschappij "Fortuna", vanaf november 1963
-   lid bestuur Stichting Katholiek Dagnijverheidsonderwijs voor de Scheepvaart
-   afgevaardigde in het Stichtingsbestuur Katholiek Onderwijsfonds voor de Scheepvaart
-   penningmeester Katholieke Jonge Werkgevers Vereniging, van 3 oktober 1964 tot 26 november 1965
-   voorzitter Katholieke Jonge Werkgeversvereniging, van 27 november 1965 tot november 1968
-   voorzitter Federatie van de organisaties van Katholieke en Protestants-Christelijke Jonge Werkgevers, van 1966 tot 1968
-   vicevoorzitter Federatie van de organisaties van Katholieke en Protestants-Christelijke Jonge Werkgevers, van 1968 tot 22 november 1968
-   voorzitter Christelijke Jonge Werkgevers, van 23 november 1968 tot 11 april 1969 (na fusie)
-   lid bestuur Christelijke Jonge Werkgevers, van 11 april 1969 tot 24 oktober 1969
-   lid programma-adviesraad KRO (Katholieke Radio-Omroep), van 5 september 1970 tot 11 mei 1973
-   lid werkgeversdelegatie Raad van Overleg Metaalindustrie, van 1970 tot 1972
-   voorzitter Katholieke Vereniging Werkgevers Metaal, van september 1972 tot 11 mei 1973
-   lid presidium FME (Federatie Metaal- en Electrotechnische industrie), van september 1972 tot mei 1973
-   lid bestuur NCW (Nederlandse Christelijke Werkgeversverbond), van september 1972 tot mei 1973
-   aandeelhouder in diverse bedrijven
-   informateur, van 30 mei 1981 tot 3 augustus 1981 (met drs. J. de Koning en vanaf 7 juli ook met drs. E. van Thijn)
-   kabinetsformateur, van 30 oktober 1982 tot 4 november 1982
-   kabinetsformateur, van 11 juli 1986 tot 14 juli 1986
-   informateur, van 13 september 1989 tot 27 oktober 1989
-   kabinetsformateur, van 27 oktober 1989 tot november 1989
-   voorzitter Stichting "Clingendael", van 1995 tot 1 januari 2001
-   lid bestuur Katholieke Universiteit Nijmegen, van maart 1995 tot 1 januari 2001
-   voorzitter Mijnraad, van 1 april 1995 tot 2001
-   gastdocent John F. Kennedy School Harvard, Boston (begin 1995 en begin 1996)
-   lid Raad van Toezicht TNO, van maart 1996 tot 1 januari 2001
-   voorzitter AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken), van juli 1997 tot 1 januari 2001
-   internationaal voorzitter WNF (Wereld Natuur Fonds), van november 1999 tot 1 januari 2001
-   informateur, van 1 juli 2006 tot 5 juli 2006

gedelegeerde commissies
voorzitter bijzonder commissie voor de Spreiding van Rijksdiensten (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 5 april 1978 tot 8 februari 1979

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
lid Comité van Aanbeveling van United Netherlands, vanaf 2004

[ V ][ ^^ ]

opleiding

lager onderwijs
-   R.K. "Sint Bavoschool" te Rotterdam-Kralingen, van 1945 tot 1950

voortgezet onderwijs
-   gymnasium-b, R.K. "Sint Canisius College" te Nijmegen, van 1950 tot 1957 (internaat van de paters Jezuïeten)

academische studie
-   economie Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van september 1957 tot 5 april 1962 (cum laude)

eredoctoraten
-   eredoctoraat voor algemene politieke en economische verdiensten Universiteit Pras-os-montes te Vila Real (Por.)
-   eredoctoraat Radboud Universiteit Nijmegen, 6 september 2004

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Voerde in 1978 samen met fractievoorzitter Aantjes namens zijn fractie het woord bij het debat over de Nota Bestek'81 en de algemene financiële beschouwingen
-   Voerde in 1978 en 1979 het woord bij de debatten over de zaak-Aantjes

als minister-president
-   De door hem geleide kabinetten voerde verregaande bezuinigingen door in met name de sectoren sociale zekerheid, onderwijs en welzijn; voerde een politiek van loonmatiging en lastenverlichting en wist - mede onder invloed van externe factoren - daarmee de werkgelegenheid te bevorderen.
-   Op 19 november 1982 werd in de Stichting van de Arbeid een akkoord bereikt tussen kabinet, en werkgevers- en werknemersorganisaties over het arbeidsvoorwaardenbeleid. Daarbij worden afspraken gemaakt over loonmatiging en herverdeling van werk.
-   Speerpunten in de periode 1982-1989 waren verder deregulering en privatisering (onder andere de PTT, de Nederlandse Spoorwegen en diverse Staatsbedrijven worden verzelfstandigd).
-   Op het gebied van het buitenlands beleid speelde tot 1989 de problematiek van de wapenwedloop tussen Oost en West. Op 1 juni 1984 werd het besluit genomen om kruisraketten in Nederland te plaatsen, indien onderhandelingen met de Sovjet Unie over vermindering van het aantal middellange-afstandraketten geen succes zou hebben. Dit besluit werd in juni 1984 met succes in de Tweede Kamer verdedigd. Op 1 november 1985 volgde het definitieve plaatsingsbesluit. Daartegen was op 26 oktober daaraan voorafgaand massaal geprotesteerd in een manifestatie waarbij 3.7 miljoen handtekeningen werden aangeboden aan Lubbers. Ontspanning in de internationale verhoudingen leidde er uiteindelijk in 1989 toe dat van plaatsing kon worden afgezien. In het kader van dit besluit bezocht hij (samen met minister Van den Broek) in maart 1983 de Verenigde Staten.
-   Verving als minister-president enige malen minister Van den Broek als deze in het buitenland verbleef
-   Speelde in 1983/1984 samen met minister Van den Broek een belangrijke rol bij het oplossen van een conflict in de Europese Unie over de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk
-   Bracht in mei 1983 een bezoek aan de Nederlandse Antillen en samen met minister Van den Broek aan Venezuela en Brazilië
-   Bracht in november 1986 samen met minister Van den Broek een bezoek aan de Sovjet-Unie om onder meer over de wapenbeheersing te spreken
-   Bracht in mei 1987 samen met minister Van den Broek een bezoek aan China
-   In 1990 besloot zijn kabinet tot Nederlandse deelname aan de internationale operatie om de Iraakse bezetting van Koeweit ongedaan te maken
-   Ontving op 23 oktober 1990 de Zuid-Afrikaanse president De Klerk, waarmee herstel van de relatie met Zuid-Afrika werd ingezet nadat dit land stappen had gezet om het apartheidssysteem af te schaffen
-   Ondertekende op 21 november 1990 samen met staats- en regeringsleiders uit 32 Europese landen en de Verenigde Staten en Canada het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa. De deelnemende landen verplichten zich tot bevordering van democratie, vrijheid, veiligheid en samenwerking in Europa. Hiermee wordt een veel verdergaand vervolg gegeven op de Helsinki-akkoorden van 1975.
-   Had in 1991 samen met minister Van den Broek een belangrijk aandeel in de besprekingen over de Europese Politieke Unie (Europese top in Maastricht, december 1991). Deze besprekingen leidden op 7 februari 1992 tot het Verdrag van Maastricht, dat op 1 november 1993 in werking treedt. Door dat verdrag komt er een Europese Unie tot stand met een monetaire unie. Buitenlands beleid en interne veiligheid worden nieuwe gemeenschappelijke Europese beleidsterreinen. De wetgevende rol van het Europees Parlement wordt versterkt door een medebeslissingsbevoegdheid op het terrein van het vrije verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging, onderwijs, onderzoek, volksgezondheid en consumentenbescherming.
-   Tijdens het derde door hem geleide kabinet werd getracht de groei van het aantal WAO'ers om te buigen door ingrepen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Was in 1973 met minister Boersma de voornaamste verdediger van het wetsvoorstel Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid, die het kabinet bevoegdheden gaf om de loon- en prijsontwikkeling en de energievoorziening in de hand te houden.
-   Voerde eind 1973 een tijdelijke distributie van benzine in, vanwege de olieboycot door Arabische landen
-   Bracht in 1974 de Energienota uit. Hierin staan voorstellen om de groei in het verbruik van energie te vertragen en over het zekerstellen van de energievoorziening. De Nederlandse energiehuishouding moet flexibeler worden en het tempo waarin de aardgasvoorwaarden worden verbruikt, moet omlaag.
-   Bracht in 1975 samen met onder anderen minister Boersma de Interimnota Inkomensbeleid uit. Hierin staat voorstellen voor herstructurering van het bedrijfstakken en voor stimulering van het regionale beleid. Knelpunten bij overheids- en particuliere investeringen zullen worden weggenomen. Aardgasbaten gebruiken voor investeringen en onderzoek in de energiesector. Er wordt slechts een beperkte rol voor kernenergie voorzien. De instelling van een Algemene Energie Raad wordt aangekondigd.
-   Bracht in 1976 de Economische Structuurnota (Nota inzake de selectieve groei) uit. Deze nota gaat in op de vraag wat de gewenste omvang en richting van investeringen is. Verder wordt aandacht besteed aan de versterking en 'vermaatschappelijking' van de economische structuur. Er wordt een Wet investeringsrekening aangekondigd als nieuw instrument om investeringen te stimuleren en sturen.
-   Weigerde in 1976 het wetsvoorstel over de Vermogensaanwasdeling mede te ondertekenen, maar trad vanwege de indiening hiervan niet af
-   Was in 1976 voorstander van het afgeven van een kredietgarantie voor de levering door RSV van reactorvaten aan Zuid-Afrika; een kabinetscrisis hierover kon te nauwer nood worden afgewend
-   Diende in 1976 samen met minister Duisenberg en staatssecretaris Van Rooijen het wetsvoorstel Wet Investeringsrekening in. Dit voorstel werd in 1978 wet.

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1974 de Wet Aardgasprijzen tot stand, die de regering de mogelijkheid geeft om in te grijpen in de prijzen voor aardgas
-   Bracht in 1974 een wijziging (stb. 19) van de Prijzenwet tot stand, waardoor er regels kunnen worden gesteld aan de bekendmaking van prijzen van goederen. Op artikelen moet worden geprijsd per standaardhoeveelheid. Hierdoor wordt het voor consumenten eenvoudiger om prijzen ter vergelijken. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend door minister Langman.
-   Bracht in 1974 de Wet selectieve investeringsregeling (S.I.R.) (Stb. 95) tot stand. Door een stelsel van heffingen en vergunningen moet worden bewerkstelligd dat zich geen concentratie van bedrijven in het Westen voordoet, maar dat bedrijven zich ook in andere delen van het land vestigen. Daardoor kan de werkgelegenheid beter worden gespreid, kunnen 'open ruimtes' beter worden beschermd en verkeerscongesties tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend door minister Langman.
-   Bracht in 1976 de Wet voorraadvorming aardolieprodukten (Stb. 569) tot stand. Deze wet legt vast dat Nederland beschikt over een voldoende aardolievoorraad, om daarmee onverwachte onderbreking in de aanvoer op te vangen. Met de wet wordt uitvoering gegeven aan een EG-richtlijn. Het voorstel was in 1971 ingediend door minister Nelissen.
-   Bracht in 1976 de Wet intrekking van de Wet financiering ontwikkeling snelle kweekreactor (Stb. 690) in. Hiermee eindigt de Nederlandse bijdrage aan het Kalkarproject.
-   Bracht in 1977 de Wet beperking cadeaustelsel 1976 (Stb. 659) tot stand. Deze wet verbiedt het door bedrijven als geschenk aanbieden van branchevreemde goederen. Hierdoor moet oneerlijke concurrentie worden tegengegaan. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend en in 1977 met succes in de Tweede Kamer verdedigd door staatssecretaris Hazekamp.
-   Bracht in 1985 als minister van Algemene Zaken de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis (Stb. 578) tot stand, die (in de toekomst) het lidmaatschap van het Koninklijk Huis wat de kinderen betreft, beperkt tot de kring van potentiële troonopvolgers.
-   Bracht in 1987 samen met minister Van Dijk de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot stand, waardoor voor al deze diensten één wettelijk kader werd geschapen
-   Bracht in 1991 samen met minister Dales een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 703) tot stand. Deze bevat hoofdzakelijk technisch-procedurele wijzigingen ten opzichte van de wet uit 1978 en brengt ook elektronische data onder de wet.
-   Bracht in 1992 samen met de ministers Van den Broek en Kok en staatssecretaris Dankert de wet Goedkeuring van het in Maastricht gesloten verdrag inzake de Europese Unie tot stand
-   Bracht in 1993 de Wet tot opheffing van de Inlichtingendienst Buitenland tot stand

als (in)formateur
-   Kreeg op 30 mei 1981 samen met J. de Koning het verzoek de mogelijkheden te onderzoeken van de vorming van een kabinet, dat mocht vertrouwen op een zo breed mogelijke steun in de volksvertegenwoordiging. Zij ontwierpen een regeerakkoord voor een kabinet van CDA, PvdA en D'66 en een voorstel voor de zetelverdeling. Na veel aarzelingen en een mislukte poging om Jelle Zijlstra te bewegen premier te worden, stelde Van Agt zich beschikbaar als minister-president van het centrum-linkse kabinet. D'66 en PvdA stemden daarmee uiteindelijk in. Nadat op 10 juli Van Thijn als derde informateur was opgetreden, werd voorgesteld dat de beoogde PvdA-minister van Sociale Zaken ook integrerend minister voor werkgelegenheid zou worden. Op 3 augustus brachten de drie informateurs hun eindverslag uit, waarin werd geadviseerd tot voortzetting van de onderhandelingen, zowel over het financieel-economisch beleid als over de defensieparagraaf.
-   Kreeg op 30 oktober 1982 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat mocht rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Op basis van de werkzaamheden van informateur Scholten werden kandidaten aangezocht voor het nieuwe kabinet. Op 4 november aanvaardde hij de opdracht. De opmerkelijkste benoemingen waren die van De Ruiter op Defensie en van Schoo op Ontwikkelingssamenwerking.
-   Kreeg op 11 juli 1986 de opdracht om, uitgaande van het eindrapport van de informateur en de daarin vervatte conclusies, een kabinet te vormen dat zou mogen rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal. Na het aanzoeken van nieuwe bewindspersonen aanvaardde hij op 13 juli deze opdracht. Veel zittende bewindslieden gingen over uit het vorige kabinet. Bij de VVD werd De Korte en niet Winsemius minister van Economische Zaken. Bukman volgde Schoo op als minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
-   Kreeg op 13 september 1989 het verzoek om, mede gelet op het eindrapport van de informateur, een onderzoek te in te stellen naar de mogelijkheid tot de vorming van een centrum-links kabinet. Vanwege bezwaren tegen de voorgestelde zetelverdeling en een meningsverschil over de wettelijke regeling van euthanasie haakte D66 op 21 september 1989 af. Tussen de onderhandelaars van CDA (De Vries en Brinkman) en PvdA (Kok en Wöltgens) werd overeenstemming bereikt over een ontwerp-regeerakkoord. Op 27 oktober adviseerde hij daarom tot vorming van een kabinet van die twee partijen.
-   Kreeg op 27 oktober 1989 de opdracht tot vorming van een kabinet van CDA en PvdA Bereikte een akkoord over de zetelverdeling en personele invulling van de posten. Bij het CDA werd uiteindelijk niet Heerma, maar Europarlementariër Maij-Weggen naar voren geschoven als kandidaat voor Verkeer en Waterstaat. Bij de PvdA zag Van Kemenade vanwege zijn gezondheid af van het ministerschop op Binnenlandse Zaken. Stemerdink werd gepasseerd voor een hernieuwd ministerschap op Defensie. Op 4 november aanvaardde Lubbers de opdracht tot formatie.

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Maakte na de 'Nacht van Schmelzer' enige tijd deel uit van Americain-groep, een informeel overleg van christen-radicalen
-   Werd minister, nadat zijn naam genoemd was door Hans van Mierlo
-   Weigerde in 1976 het wetsvoorstel tot invoering van een vermogensaanwasdeling (VAD) mede te ondertekenen
-   Was in 1976 net als de overige CDA-ministers en de ministers Duisenberg en Gruijters voorstander van het verlenen van een kredietgarantie voor de levering door RSV van reactorvaten aan Zuid-Afrika. Doordat Van der Stoel zich op het laatste moment bij de tegenstanders schaarde, staakten de stemmen in het kabinet. Korte tijd later besloot Zuid-Afrika de order in Frankrijk te plaatsen.
-   Werd in 1976 enige tijd - met name door Aantjes - gezien als mogelijke lijsttrekker van het nieuwgevormde CDA. Met name in KVP-kring bestonden hiertegen bezwaren.
-   Werd in 1977 tijdens de formatie-Den Uyl door het CDA naar voren geschoven als minister voor Ontwikkelingssamenwerking
-   Werd op 8 december 1978 tot fractievoorzitter van het CDA gekozen, als opvolger van Aantjes. Versloeg Hans de Boer met 34 tegen 9 stemmen. Vroeg hierna een week bedenktijd, omdat hij een progressieve ARP'er naast zich wilde. Accepteerde uiteindelijk toch de functie, hoewel de tot de rechtervleugel behorende Schakel tot vicefractievoorzitter werd gekozen.
-   Was als minister-president een meester in het vinden van compromissen. Voerde daartoe zowel regelmatig gesprekken met collega-bewindslieden (zgn. bilateraaltjes) als met vertegenwoordigers van regeringsfracties (het zgn. Torentjesoverleg).
-   Verdedigde op 26 oktober 1985 tijdens de slotmanifestatie van het Volkspetitionnement tegen plaatsing van kruisraketten in de Houtrusthallen in Den Haag het kabinetsbesluit hoewel de aanwezigen hem massaal de rug toekeerden
-   Vanwege de toegenomen rol van de minister-president op het Europese vlak, ontstonden er met name in de latere jaren van zijn premierschap competentiegeschillen met minister Van den Broek
-   Wees fractieleider Brinkman aan als zijn opvolger als politiek leider van het CDA, maar eind 1993/begin 1994 ontstond een steeds grotere verwijdering tussen beiden
-   Werd in juni 1994 gepasseerd voor het voorzitterschap van de Europese Commissie
-   Werd in november 1995 gekandideerd voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, maar deze kandidatuur stuitte op een veto van de V.S.
-   Werd in oktober 2000 onverwacht door secretaris-generaal Koffie Annan gevraagd voor de functie van Hoge Commissaris van de Vluchtelingen. De Nederlandse regering had minister Pronk gekandideerd.
-   Kwam in 2004 in opspraak nadat een vrouwelijke medewerker hem had beschuldigd van seksuele intimidatie. Hijzelf sprak van een vriendschappelijk bedoeld gebaar. Een onderzoek door de organisatie van de VN leverde onvoldoende bewijs op, waarna hij zijn naam gezuiverd achtte. Wel kreeg hij een berisping.
-   In februari 2005, kort voordat hij een jaarlijks gesprek met secretaris-generaal Kofi Annan zou hebben, lekte het vertrouwelijke rapport over de vermeende seksuele intimidatie uit, waarbij nieuwe perspublicaties verschenen. Hoewel hij ontkende schuldig te zijn, maakte hij op 20 februari bekend af te treden vanwege de schade door de affaire voor de VN, de vluchtelingenorganisatie en voor hemzelf. Ook meende hij niet meer goed als Hoge Commissaris te kunnen functioneren.
-   Kreeg veel waardering voor zijn inzet voor en betrokkenheid bij het vluchtelingenvraagstuk

uit de privé-sfeer
-   Op het Canisiuscollege was hij klasgenoot van Jean Penders
-   Kwam 8 maart 1978 in opspraak door de zogenaamde R3-affaire. Dit betrof Lubbers' deelname in de Bouwbeleggings- en Exploitatiemaatschappij R 3 CV van de 3 Lubbers-broers. Deze maatschappij had tonnen fiscale investeringsaftrek genoten.
-   Had belangen in bedrijven en onroerend goed (zie ook brief aan Voorzitter Tweede Kamer d.d. 30-11-1978)
-   Kwam in juni 1989 in opspraak door de zogenaamde Koeweit-affaire. Tijdens een bezoek aan Koeweit zou hij zich hebben ingezet voor de belangen van zijn familiebedrijf Hollandia.
-   Zag in 2003 af van zijn salaris en onkostenvergoeding als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen a raison van 300.000 dollar per jaar
-   Zijn vader was directeur van Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek te Krimpen aan de IJssel met ca. 1000 man personeel

niet-aanvaarde politieke functies
-   minister van Volkshuisvesting, november 1977 (geweigerd)
-   minister voor Ontwikkelingssamenwerking, december 1977 (geweigerd)

woonplaats
Dalfsen

ridderorden
-   Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 11 april 1978
-   Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 oktober 1994

overige onderscheidingen en prijzen
-   ereburger van Maastricht, maart 1994
-   Four Freedom Award, 3 april 1995
-   Van Oldenbarneveltpenning, Rotterdam, december 2003

verenigingen, sociëteiten, genootschappen
-   vicepreses r.k. studentenvereniging "Sanctus Laurentius" te Rotterdam (begin jaren '60)
-   lid R.K. Schoolvereniging "Sint Nicolaas"

hobby's
hockey

militaire dienst
-   officier Koninklijke Luchtmacht, van 1962 tot 1963 (vervroegd vrijgesteld)

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   artikelen in economische vakliteratuur
-   "Samen onderweg" (1991)
-   "Geloof in de samenleving" (Nijmegen, 1998)

literatuur/documentatie
-   A. Joustra en E.van Venetië, "Ruud Lubbers, manager in de politiek" (Baarn, 1989)
-   N. Rood (red.), "Het succes van Lubbers. Hoe word ik minister-president?" (Amsterdam, 1989)
-   A. Joustra en E. van Venetië, "De geheimen van het Torentje, Praktische gids voor het premierschap" (over Lubbers' premierschap) (Amsterdam, 1993)
-   J.J. Lindner, "Ruud Lubbers. Een post-ideologische premier van formaat", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999)
-   B. Steinmetz, "Lubbers als peetvader van het poldermodel" (2000)
-   Bert Vuijsje, "Avonturen in besturen. Gesprekken met Hans van Mierlo, Ruud Lubbers, Hans Wiegel en vele anderen" (2006)
-   NRC Handelsblad, 04-11-1989
-   Staatscourant, 08-11-1989
-   Trouw, 12-12-1989
-   diverse artikelen rond 4 november 1992 (o.a. in Trouw en NRC Handelsblad)

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Rotterdam, 10 oktober 1962 (kerkelijk huwelijk op 10-11-1962)

naam echtgeno(o)t(e)/partner
M.E.J. Hoogeweegen, Maria Emely Josepha (Ria)

kinderen
2 zoons en 1 dochter

naam vader
P.J. Lubbers, Paulus Johannes (Paul)

naam moeder
W.K. van Laack, Wilhelmine Karoline (Mina)

beroep vader
directeur van Lubbers' constructiewerkplaats en machinefabriek te Krimpen aan de IJssel (ca. 1000 man personeel; jaarlijkse omzet 60 miljoen gulden)

beroep grootvader (vaderskant)
-   manufacturier te IJmuiden
-   pensionhouder te IJmuiden, van 1903 tot 1935
-   winkelier in kantoorboeken en sigaren te Velsen-Noord, van 1935 tot 1944

beroep grootvader (moederskant)
Rijnschipper



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
Nieuws
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route