| - | |
medewerker bureau economische aangelegenheden, afdeling begrotingsvoorbereiding, ministerie van Financiën, van 1975 tot 1977 |
| - | |
hoofd bureau economische aangelegenheden, afdeling begrotingsvoorbereiding, ministerie van Financiën, van 1977 tot 1978 |
| - | |
hoofd afdeling begrotingsvoorbereiding, ministerie van Financiën, van 1978 tot 1980 |
| - | |
hoofd centraal secretariaat heroverweging, ministerie van Financiën, omstreeks december 1980 tot 1981 |
| - | |
plaatsvervangend directeur begrotingszaken, ministerie van Financiën, van 1981 tot 1983 |
| - | |
plaatsvervangend directeur Algemene economische politiek, ministerie van Economische Zaken, van 1983 tot 1985 |
| - | |
directeur Algemene economische politiek, ministerie van Economische Zaken, van 1985 tot 1988 |
| - | |
onderdirecteur CPB (Centraal Planbureau), van 1988 tot 1989 |
| - | |
directeur CPB (Centraal Planbureau), van 1989 tot 22 augustus 1994 |
| - | |
bijzonder hoogleraar economische politiek, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1990 tot 22 augustus 1994 |
| - | |
minister van Financiën, van 22 augustus 1994 tot 22 juli 2002 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998 |
| - | |
fractievoorzitter VVD Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 2002 tot 27 mei 2003 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 27 mei 2003 |
| - | |
minister van Financiën en viceminister-president, van 27 mei 2003 tot 22 februari 2007 |
| - | |
minister van Economische Zaken ad interim, van 3 juli 2006 tot 7 juli 2006 (na het aftreden van minister Brinkhorst) |
| - | |
chief economist DSB (Dick Scheringa Bank), vanaf 1 juli 2007 (2 dagen per week) |
| - | |
intern adviseur voor administratieve lasten en strategie PWC (PriceWaterhouseCoopers), vanaf 2007 (1 dag per week) |
| - | |
lid Medisch Komitee Nederland-Vietnam (jaren '70) |
| - | |
lid Comité Economische Politiek van de Europese Gemeenschappen |
| - | |
kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1989 tot 1994 |
| - | |
lid presidium CEC (Centraal Economische Commissie) |
| - | |
lid Centrale Commissie voor de Statistiek |
| - | |
lid studiegroep Begrotingsruimte |
| - | |
adviserend lid WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) |
| - | |
lid bestuur Westfries Gasthuis te Hoorn |
| - | |
informateur, van 14 mei 1998 tot 20 juli 1998 (samen met W. Kok en mevrouw E. Borst) |
| - | |
voorzitter jury Overheidsmanager van jaar 2002 |
| - | |
Ontwikkelde de zgn. Zalm-norm voor het begrotingsbeleid. De kern daarvan is dat er een vast reëel uitgavenkader is, hetgeen voor de begrotingsdiscipline een scheiding tussen inkomsten- en uitgavenkant oplevert. Tegenvallers bij de uitgaven moeten tot extra bezuinigingen leiden als het uitgavenkader dreigt te worden overschreden. |
| - | |
Bracht tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie (januari-juni 1997) een akkoord tot stand over het zgn. Stabiliteitspact. Hiermee moet de stabiliteit van de euro worden zeker gesteld. Om stijgende rente en inflatie te voorkomen, moeten Europese regeringen hun begroting op orde hebben. Als regel mag het begrotingstekort slechts 3 procent van het nationaal product bedragen. |
| - | |
Was in Europees verband pleitbezorger voor strikte naleving van de regels van het stabiliteitspact en verzette zich tegen overschrijding van de begrotingsregels door Frankrijk en Duitsland |
| - | |
Bracht in 1997 samen met staatssecretaris Vermeend de Nota 'belastingen in de 21ste eeuw' uit over herziening van het belastingstelsel |
| - | |
Bracht in 1997 met de ministers van Justitie en van Economische Zaken en de staatssecretarissen van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid de nota 'Integriteit financiële sector' uit |
| - | |
Bracht in 1999 samen met staatssecretaris Vermeend het Belastingplan voor de 21e eeuw, een ingrijpende herziening van het belastingstelsel, uit. Belangrijkste elementen van deze herziening zijn: invoering van een drie-boxenstelsel en van een rendementsheffing voor inkomsten uit vermogen, verlaging van tarieven, vermindering van het aantal aftrekposten en vervanging van de belasting vrije sommen door heffingskortingen. |
| - | |
Bracht in 2001 de Nota Betalingsverkeer: 'de Markt voor girale betaalmiddelen uit'. De nota gaat in op (technologische) ontwikkelingen in het betalingsverkeer en op de gevolgen daarvan voor de Nederlandse economie. Door daar tijdig op in te spelen moet het hoogwaardige Nederlandse betalingsverkeer zijn positie behouden en moet de veiligheid van het nationaal en grensoverschrijdend betaalsverkeer worden gewaardborgd. Vergroting van transparatie is een belangrijk beleidsdoel. |
| - | |
Is in het kabinet-Balkenende II verantwoordelijk voor het begrotingsbeleid, dat is gericht op aanzienlijke vermindering van het begrotingstekort. Daarmee moet aflossing van de overheidsschuld worden gewaardborgd. Dat is nodig om de kosten van de vergrijzing in Nederland op te kunnen vangen en om te voldoen aan de Europese afspraken over overheidsfinanciën in het kader van het Stabiliteitspact. Doel is een structureel tekort van maximaal 0,5 BBP in 2007. |
| - | |
Bracht in 2004 met staatssecretaris Wijn een plan van aanpak uit over het verminderen van administratieve lasten voor het bedrijfsleven |
| - | |
Bereikte in 2005 met zijn collega-minister van Financiën van de Europese Unie een akkoord over aanpassing van het Stabiliteitspact. De begrotingsregels worden in goede economische tijden verscherpt en in economisch slechte tijden versoepeld. |
| - | |
Bracht in 1994 samen met minister Sorgdrager de Wet op de wisselkantoren in het Staatsblad. Er komt een registratieplicht voor wisselkantoren, waarop een vrijstellingsregeling van toepassing is voor onder meer hotels en banken. Ongebruikelijke transacties moeten worden gemeld. Hierdoor moet het witwassen van gelden uit criminaliteit worden tegengegaan. De wet is in 2002 vervangen door de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Stb. 2002, 380). |
| - | |
Bracht in 2000 samen met de staatssecretarissen Vermeend en Bos de Wet Inkomstenbelasting 2001 (Belastingherziening 2001) (Stb. 215) tot stand, waarmee het Belastingplan voor de 21e eeuw wordt geïmplementeerd. |
| - | |
Bracht in 2000 samen met minister De Vries en staatssecretaris De Vries van Verkeer en Waterstaat de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) (Stb. 587) tot stand. Deze wet vervangt de Wet financiering lagere overheden en moet grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen vermijden. De ingetrokken wet bood onvoldoende ruimte om in te spelen op wijzigingen op het gebied van de financiële markten en producten. De wet moet de kredietwaardigheid van openbare lichamen bevorderen. De rapportagevereisten worden aangescherpt. |
| - | |
Bracht in 2001 diverse wetten tot stand in verband met de vervanging van de gulden door de euro. Het betrof onder meer de intrekking van de Wet inzake de wisselkoers van de gulden, de invoering van de euro als rekeneenheid in Nederland en het tegengaan van fraude met de euro. Per 1 januari 2002 worden alle wetten aangepast aan de euro (1 euro = f. 2,20371). Ter gewenning aan de nieuwe munten krijgen in december 2001 alle inwoners van twaalf jaar en ouder een setje met de nieuwe muntjes ('de eurokit'). |
| - | |
Bracht in 2005 de Wet financiële dienstverlening (Stb. 339) tot stand. De wet moet de consument beter beschermen tegen de risico's die aan de aanschaf van een financieel product (met name verzekeringen, hypothecair krediet en consumentenkrediet) verbonden zijn. De belangrijkste kwaliteitskenmerken van financiële dienstverlening - deskundigheid, betrouwbaarheid, adequate informatieverstrekking en zorgvuldige advisering van de consument - worden wettelijk vastgelegd. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet toe op naleving van de wet. |
| - | |
Bracht in 2005 samen met minister Remkes en staatssecretaris Wijn de wet tot afschaffing van het gebruikersdeel OZB op woningen (Stb. 725) tot stand. Tevens worden zowel de maximumtarieven als een maximering van de toegestane tariefstijging voor de OZB op bedrijfspanden en het eigenarendeel op woningen in de Gemeentewet opgenomen. Gemeenten worden voor de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB gecompenseerd via het Gemeentefonds. |
| - | |
Bracht in 2006 samen met staatssecretaris Schultz van Haegen een wijziging tot stand van de Wet Luchtvaart met betrekking tot de privatisering van luchthaven Schiphol (Stb. 331) . Het belang van de overheid in Schiphol wordt verlaagd naar 51 procent. Een deel van de 49 procent overige aandelen zal via de beurs worden verkocht, een ander deel via onderhandse plaatsing. De wet regelt de exploitatievergunning en het sector-specifieke toezicht op de tarieven en de voorwaarden voor het gebruik van de NV Luchthaven Schiphol. Het wetsvoorstel was in 2001 ingediend door minister Netelenbos. |
| - | |
Bracht in 2006 de Wet op het financieel toezicht (Stb. 475) tot stand. Deze wet voert twee vormen van toezicht in: prudentieel toezicht en gedragstoezicht. Het prudentieel toezicht wordt uitgeoefend door De Nederlandsche Bank en is gericht op de financiële soliditeit van financiële instelllingen. Het gedragstoezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten en is gericht op ordelijke en transparante financiële processen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten. De wet vervangt acht bestaande wetten, waaronder de Wet toezicht kredietwezen 1992 en de Wet toezicht beleggingsinstellingen. In de nieuwe Wet financiële dienstverlening wordt de verantwoordelijkheid van financiële dienstverleners tegenover hun klanten vastgelegd. Het gaat daarbij om deskundigheid, betrouwbaarheid, adequate informatievoorziening en zorgvuldige advisering. De AFM ziet toe op de naleving van de wet. |
| - | |
Bracht in 2006 de Wet werken aan winst (Stb. 631) tot stand. De wet beoogt het vestigingsklimaat te versterken door middel van aanpassingen in de fiscaliteit. Het Vpb-tarief, alsmede het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting worden verlaagd, er wordt een tweede MKB-tarief en een MKB-winstvrijstelling in de inkomstenbelasting ingevoerd, alsmede een rentebox en octrooibox. Tevens wordt de dividendbelasting verlaagd. De maatregelen worden mogelijk gemaakt door een combinatie van grondslagverbreding en lastenverlichting. Het wetsvoorstel was ingediend door staatssecretaris Wijn. |