| - | |
predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Leusden (Utr.), van 1880 tot 1884 |
| - | |
predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Almelo, van 1884 tot 1888 |
| - | |
predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Rotterdam, van 1888 tot 1892 |
| - | |
predikant Nederlandse Hervormde Kerk te Amsterdam, van mei 1892 tot 1909 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rotterdam I, van 21 september 1897 tot 17 september 1901 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam II, van 17 september 1901 tot 19 september 1905 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Leiden, van 13 november 1906 tot 16 september 1913 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Katwijk, van 24 juni 1914 tot 17 september 1918 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict Leiden, van 15 juni 1916 tot augustus 1918 |
| - | |
minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 25 september 1918 tot 3 augustus 1925 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 juli 1922 tot 17 september 1922 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1925 tot 17 september 1929 |
| - | |
fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1925 tot 8 juli 1929 |
| - | |
vicevoorzitter C.H.-Kiezersbond, van 11 december 1896 tot 7 februari 1902 |
| - | |
voorzitter C.H.-Kiezersbond, van 7 februari 1902 tot 16 april 1903 |
| - | |
lid bestuur CHP, van april 1903 tot juli 1908 |
| - | |
vicevoorzitter CHU, van 9 juli 1908 tot 1913 |
| - | |
voorzitter CHU, van 1913 tot september 1918 |
| - | |
politiek leider CHU, van 8 februari 1921 tot 8 juli 1929 |
| - | |
lid hoofdbestuur CHU, van 1927 tot 1928 |
| - | |
voorzitter Vereeniging voor Christelijk Volksonderwijs, vanaf 1898 |
| - | |
lid redactie "Nederlandse Kerkbode", tijdschrift voor de Protestanten in Nederland, van 8 april 1899 tot 23 november 1901 |
| - | |
lid Nederlands Comité voor Transvaal, vanaf januari 1900 |
| - | |
medewerker "Nederlandse Kerkbode", tijdschrift voor de Protestanten in Nederland, van 30 november 1901 tot 16 juli 1910 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake reorganisatie van het onderwijs (Ineenschakelingscommissie-Woltjer), van 21 maart 1903 tot 25 april 1910 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de werkloosheid (Staatscommissie-Treub), van 23 oktober 1909 tot juni 1914 |
| - | |
lid redactie "Stemmen des Tijds: Maandblad voor Christendom en Cultuur", vanaf 1911 |
| - | |
lid Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijkstucht- en Opvoedingswezen |
| - | |
voorzitter Christelijk Philantropische Inrichtingen, omstreeks 1916 |
| - | |
kabinetsformateur, van 8 december 1925 tot 26 februari 1926 (drie verschillende opdrachten) |
| - | |
voorzitter Radioraad, van 1 januari 1929 tot 14 april 1932 |
| - | |
lid en voorzitter Radio-omroep Controle-Commissie, omstreeks 1931 tot 14 april 1932 |
| - | |
lid en voorzitter Algemeen Programma-Commissie, omstreeks 1931 tot 14 april 1932 |
| - | |
voorzitter Commissie inzake studiebeurzen, van 10 juli 1929 tot 14 april 1932 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 |
| - | |
Bracht in 1919 de Wet tot instelling van de Onderwijsraad (Stb. 49) tot stand. De Raad kan op verzoek van de minister of op eigen initiatief adviezen uitbrengen op het gebied van het onderwijs. |
| - | |
Bracht in 1919 de Nijverheids-Onderwijswet tot stand, waarin naast het lager en middelbaar schoolonderwijs op ambachts-, nijverheids-, scheepvaart-, landbouwhuishoud- en huishoudscholen ook het leerlingstelsel werd geregeld. De wet bepaalde dat er bijzondere en openbare nijverheidsscholen waren, met mogelijkheden voor dag- en avondonderwijs. |
| - | |
Bracht in 1920 de Lager-Onderwijswet (Stb. 39) tot stand, waarmee uitvoering werd gegeven aan de grondwettelijke bepalingen over het onderwijs uit 1917. De wet leidde onder meer tot verkleining van de klassen, voerde een zevende leerjaar in, verbeterde de opleiding voor onderwijzers en liet de salarissen van onderwijzers voor rekening van het rijk komen en de kosten voor gebouwen en leermiddelen voor rekening van de gemeenten. Het u.l.o. werd als afzonderlijk schooltype erkend. |
| - | |
Bracht in 1920 een wijziging van de Hoger-Onderwijswet tot stand, waarbij onder meer de regeling voor het doctoraal examen en de promotie werden gewijzigd. Om te promoveren tot doctor werd het schrijven van een proefschrift verplicht gesteld. |
| - | |
Bracht in 1920 een wijziging van de Leerplichtwet tot stand, waarmee het verplichte zevende leerjaar werd ingevoerd |
| - | |
Bracht in 1925 een wijziging van de Lager-Onderwijswet tot stand, waardoor gemeenteraden de bevoegdheid kregen onderwijzeressen (jonger dan 45 jaar) die een huwelijk aangingen te ontslaan |
| - | |
Was in 1896 medeoprichter van de C.H.-Kiezersbond |
| - | |
Sloot zich in oktober 1897 aan bij de kamerclub van de Vrij-Antirevolutionairen |
| - | |
Mocht in 1912 van De Savornin Lohman niet Van Bylandt opvolgen als voorzitter van de Tweede Kamer, omdat hij predikant was. Lohman vreesde dat met de benoeming van De Visser de weg vrij zou zijn voor Nolens om ook ooit Kamervoorzitter te worden |
| - | |
Hield in 1923 bij het 25-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina namens het kabinet de feestrede |
| - | |
Voerde in 1925, hoewel hij een afkeer had van het gebruik van bijbelteksten in de Kamer, een theologisch getint debat over subsidie aan de Olympische Spelen |
| - | |
Onttrok zich in november 1925 aan de stemming over het amendement-Kersten inzake de afschaffing van het Gezantschap bij de Paus. De rest van de CHU-fractie stemde vóór dat amendement, waarvan de aanneming leidde tot de val van het eerste kabinet-Colijn. |
| - | |
Werd in september 1925, 1926, 1927 en 1928 als tweede op de voordracht gezet voor het Tweede-Kamervoorzitterschap |
| - | |
Trachtte in 1926 tevergeefs en hardnekkig, buiten zijn eigen fractie om (waarvan hij voorzitter was!), als formateur een kabinet te vormen, dat het gezantschap bij de Paus zou vervangen door een gecombineerd gezantschap in Bern (het zgn. Plan-Bern). Zijn afwezigheid tijdens in de fractie tijdens de laatste fase van die formatiepoging, zette kwaad bloed bij zijn fractiegenoten. |
| - | |
Verving in november en december 1928 regelmatig Kamervoorzitter Ruijs de Beerenbrouck, die wegens ziekte afwezig was |
| - | |
Kwam in 1929 in conflict met de CHU-Tweede-Kamerfractie, omdat hij als aftredend Kamerlid niet was uitgenodigd voor de eerste fractievergadering na de verkiezingen. Hij vond dat hij nog namens de fractie advies mocht uitbrengen bij de kabinetsformatie. Verbrak hierna het contact met zijn voormalige fractiegenoten. |
| - | |
Versloeg in 1897 Dr. R.P. Mees (o.l.) na herstemming. Werd in het district Ommen verslagen door J. van Alphen (a.r.). Eindigde in het district Harlingen als derde achter T.A.J. van Asch van Wijck (a.r.) en A. Bouman (lib.) en in Rotterdam II als derde achter D. de Klerk (lib.) en T.A.J. van Asch van Wijck (a.r.). |
| - | |
Versloeg in 1901 H.F. Groen van Waarder (o.l.) na herstemming. Werd in het district Rotterdam I na herstemming verslagen door D. Fock (lib.). |
| - | |
Werd in 1905 na herstemming in het district Amsterdam II verslagen door C. Lely, in 's-Gravenhage II door W. Dolk en in Rotterdam II door D. de Klerk (allen liberaal). |
| - | |
Versloeg in 1906 bij tussentijdse verkiezingen in het district Leiden H. Paul (u.l.) |
| - | |
Werd in 1909 in de districten Leiden en Harlingen gekozen en nam zitting voor Leiden. Versloeg in het district Leiden mr. J.H.W.Q. ter Spill (v.l.) en in Harlingen L.W.J.K. Thomson (lib.). |
| - | |
Werd in 1913 na herstemming in het district Ommen verslagen door C.J.A. Bichon van IJsselmonde (dissident-c.h.) |
| - | |
Was in 1913 geen kandidaat in het district Leiden |
| - | |
Versloeg in 1914 bij tussentijdse verkiezingen in het district Katwijk mr. H.W.C.J. de Jong (v.l.) |
| - | |
Versloeg in 1917 J.H. Ekering (comité anti-grondwetsherziening) |
| - | |
Q.A. de Ridder, "Een nationale figuur: biografie over wijlen Z.Ex. Dr. J.Th. de Visser" (1932) |
| - | |
H. van Spanning, "De Christelijk-Historische Unie", deel I (1988) |
| - | |
J.J. Woltjer, "Visser, Johannes Theodoor de (1857-1932)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 625 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1909 |