Dr. J.E. de Quay

Foto Dr. J.E. de Quay
Katholieke hoogleraar psychologie, die tussen 1959 en 1963 het eerste naoorlogse kabinet zonder socialisten leidde. Kreeg in 1940 landelijke bekendheid als leider van de (omstreden) Nederlandse Unie. Werd aan het einde van de oorlog minister van Oorlog en daarna Commissaris der Koningin in Noord-Brabant. Bevorderde in laatstgenoemde functie de industrialisatie van die provincie. Na een moeizame formatie in 1959 kabinetsleider. Hij verklaarde nadien bij meerdere gelegenheden premier 'tegen wil en dank' te zijn. Was wel een goed teamleider en werd tamelijk populair. Keerde in 1963 desondanks niet terug als premier. Had eventueel vicepremier onder Zijlstra willen worden, maar de KVP gaf de voorkeur aan een katholieke premier. Werd in 1963 wel senator, maar zag af van het fractievoorzitterschap in de Senaat. Vicepremier en minister van Verkeer in het interimkabinet-Zijlstra.

KVP, RKSP
in de periode 1945-1969: lid Eerste Kamer, minister, minister-president, viceminister-president, Commissaris van de Koning(in)

[ V ][ ^^ ]

voornamen (roepnaam)

Jan Eduard (Jan)

[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
's-Hertogenbosch, 26 augustus 1901

overlijdensplaats en -datum
Beers (N.Br.), 4 juli 1985

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

partij(en)
KVP (Katholieke Volkspartij), vanaf 22 december 1945

verwante partij
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   assistent psychologisch laboratorium, Rijksuniversiteit Utrecht, van 1928 tot 1929 (bij prof.dr. F. Roels)
-   lector psychotechniek, R.K. Handelshoogeschool te Tilburg, van maart 1928 tot september 1933
-   adviseur psychotechnisch laboratorium van de PTT, van 1928 tot 1929
-   werkzaam bij het Bureau voor bedrijfsorganisaties Ir. Louwerse en Berenschot, van 1930 tot 1931
-   adviseur voor toegepaste psychologie, reclame, marktonderzoek en bedrijfsorganisatie bij confectiebedrijf "C. & A. Brenninkmeijer", van 1931 tot 1933
-   hoogleraar bedrijfsleer en psychotechniek, R.K. Handelshoogeschool te Tilburg, van september 1933 tot 1945 (benoemd in mei 1933)
-   technisch-directeur ETI (Economisch-Technologisch Instituut), R.K. Handelshoogeschool te Tilburg, van 1934 tot 1945
-   gemobiliseerd als reserve-luitenant, van 1939 tot mei 1940
-   regeringscommissaris van de Arbeid, van 15 mei 1940 tot september 1940
-   lid Driemanschap Nederlandsche Unie, van 24 juli 1940 tot november 1941 (samen met L. Einthoven en Dr. J. Linthorst Homan)
-   geïnterneerd gijzelaarskamp te Haaren, van juli 1942 tot december 1942
-   geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van december 1942 tot 18 juni 1943
-   ondergedoken, tot 1944
-   voorzitter College van Algemene Commissarissen voor Landbouw, Handel en Nijverheid in de bevrijde Zuidelijke Provinciën, van 18 november 1944 tot maart 1945
-   minister van Oorlog, van 4 april 1945 tot 24 juni 1945
-   Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, van 1 november 1946 tot 19 mei 1959
-   minister-president en minister van Algemene Zaken, van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963
-   minister van Defensie ad interim, van 1 augustus 1959 tot 4 september 1959 (na het aftreden van minister Van den Bergh)
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 25 juni 1963 tot 22 november 1966
-   minister van Verkeer en Waterstaat en viceminister-president, van 22 november 1966 tot 5 april 1967
-   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1967 tot 16 september 1969

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

-   voorzitter adviescommissie Centrum voor Staatkundige Vorming over de wijze van optreden van katholieken in de politiek, van mei 1945 tot december 1945 (gaf aanzet tot oprichting KVP)
-   vicevoorzitter Centrum voor Staatkundige Vorming, van augustus 1945 tot oktober 1946
-   lid dagelijks bestuur en partijbestuur van de KVP, van december 1945 tot 1946

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

-   redacteur maandschrift "Economie", vanaf 1935
-   lid Padvindersraad, tot 1940
-   hoofdcomissaris Katholieke Verkennersbeweging
-   voorzitter Vereniging voor Nationale Veiligheid, van 1936 tot 1940
-   medewerker tijdschrift "Het Gemenebest", vanaf 1939
-   lid Raad van Advies organisatie "Ontwikkeling en Ontspanning" in de krijgsmacht
-   lid Raad van Commissarissen textielfabriek "De Wit" te Helmond, van 1939 tot december 1945
-   lid Commissie van Advies inzake contigentering van de invoer van goederen, omstreeks 1939
-   lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Handel-Maatschappij N.V., omstreeks 1946
-   voorzitter Staatscommissie bestuursvorm voor grote gemeenten, van 16 oktober 1952 tot 13 mei 1955
-   lid Raad voor de Emigratie, van 6 november 1952 tot mei 1959
-   vicevoorzitter NRWM (Nationale Raad Welzijn Militairen), omstreeks 1954
-   voorzitter commissie van advies over conflict ziekenfondsen en specialisten over honoraria, 1955
-   voorzitter College van Curatoren Technische Hogeschool te Eindhoven, van juni 1956 tot mei 1959
-   voorzitter Raad van Commissarissen PNEM (Provinciale Noord-Brabantse Electriciteitsmaatschappij)
-   lid Nationale Spaarraad
-   kabinetsformateur, van 28 maart 1959 tot 27 april 1959 (mislukt omdat er geen overeenstemming kon worden bereikt over de zetelverdeling)
-   kabinetsformateur, van 14 mei 1959 tot 16 mei 1959
-   kabinetsformateur, van 5 juli 1963 tot 15 juli 1963 (trachtte een kabinet te vormen, waarvan hij zelf geen leider zou zijn en mislukte)
-   voorzitter College van Curatoren Technische Hogeschool te Eindhoven, van 1963 tot 1971
-   lid Raad van Commissarissen "Van der Lande", tot 1965
-   voorzitter Carnegiestichting, van 15 september 1963 tot november 1966
-   lid Raad van Commissarissen uitgeverij "Spaarnestad"
-   voorzitter Raad van Commissarissen levensmiddelenbedrijf "De Gruijter"
-   voorzitter Raad van Commissarissen KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), vanaf 28 maart 1964
-   lid Raad van Commissarissen De Nederlandsche Bank
-   voorzitter Raad van Commissarissen VNU (Verenigde Nederlandse Uitgeversmaatschappij)
-   lid Raad van Commissarissen Zwanenberg-Organon, van 1965 tot december 1967
-   lid Raad van Commissarissen KZO (Koninklijke Zout-Ketjen/Zwanenburg-Organon), van december 1967 tot 1970
-   lid Raad van Commissarissen DAF (Van Doorne's Automobiel Fabrieken)
-   lid Commissie van Advies van het Rijksinkoopbureau
-   lid Raad van Commissarissen AKZO, 1970 (na fusie AKU-KZO)

[ V ][ ^^ ]

opleiding

voortgezet onderwijs
-   gymnasium, R.K. "Sint Willibrordus College" te Katwijk aan de Rijn, tot 1919

academische studie
-   wijsbegeerte: psychologie, Rijksuniversiteit Utrecht, van 1919 tot juli 1926

promotie
-   letteren en wijsbegeerte Rijksuniversiteit Utrecht, 1 juli 1927

post-academisch onderwijs
-   aanvullende studie te Chicago
-   studie te Harvard
-   studie te Yale
-   studie te Columbia

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Hield zich als Eerste-Kamerlid vooral bezig met buitenlandse zaken

opvallend stemgedrag
-   Behoorde in 1965 tot de minderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Ontgrondingenwet stemde

als minister-president
-   Sprak zich op een cocktailparty voor buitenlandse journalisten op 5 september 1960 uit voor internationalisatie van Nieuw-Guinea. Dit standpunt werd echter niet gedeeld door minister Luns.
-   In december 1960 ontstond na het aannemen van een motie-Van Aartsen over het aantal te bouwen woningwetwoningen een kabinetscrisis. Dankzij de oudejaarsconference van Wim Kan met het lied "Lijmen Jan, lijmen Jan" werd zijn populariteit vergroot. De crisis was begin januari 1961 overigens al opgelost na een geslaagde bemiddelingspoging van W.F. de Gaay Fortman.
-   Tijdens het door het door geleide kabinet kwam het conflict tussen Nederland en Indonesië over Nieuw-Guinea tot volle uitbarsting; uiteindelijk werd ingestemd met overdracht van Nieuw-Guinea onder toezicht van de Verenigde Naties aan Indonesië
-   Tijdens zijn kabinetsperiode was er sprake van hoogconjunctuur. Het stelsel van de geleide loonpolitiek werd vervangen door een vrijer loonbeleid. De vakbeweging wist in diverse bedrijfstakken loonstijgingen af te dwingen. Daarnaast werden in 1960 de ambtenarensalarissen met 6% verhoogd. Tevens werd in vele sectoren besloten tot arbeidstijdverkorting via de invoering van een vrije zaterdag. De toegenomen groei leidde tot krapte op de arbeidsmarkt. In 1960 werd daarom vergunning vergeven voor de komst van Italiaanse gastarbeiders; later gevolgd door arbeiders uit Spanje. De economische vooruitzichten werden nog meer begunstigd door de vondst van aardgas bij Slochteren en in Drenthe in 1960 en 1961.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Benoemde in 1945 een nieuwe Generale Staf als voorbereiding van de uitzending van een expeditieleger naar Nederlands-Indië

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1967 als minister van Verkeer en Waterstaat de wet tot opheffing van het Zuiderzeefonds in het Staatsblad (Stb.97)

als (in)formateur
-   Kreeg op 28 maart 1959 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat zou mogen rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Hij trachtte een kabinet te vormen op basis van verkennende besprekingen door informateur Beel. Vanwege het afwijzen van de wens van de PvdA tot een parlementaire binding deelde Burger op 4 april mee dat zijn partij geen heil zag in verdere deelname aan een coalitie. In de periode 8 tot 27 april trachtte De Quay een oplossing te vinden voor de portefeuilleverdeling en personele bezetting. Dit leidde op 25 april tot een bespreking van aspirant-bewindslieden in het Kurhaus. Bezwaren vanuit de ARP tegen sommige kandidaat-ministers en vrees voor een onvoldoende christelijk-sociaal beleid was voor de ARP-kandidaten Biewenga en Hazenbosch reden om zich terug te trekken. Op 27 april verzocht De Quay daarop van zijn opdracht ontheven te worden.
-   Kreeg op op 14 mei 1959 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat zou mogen rekenen op een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Op basis van door informateur Beel bereikte overeenstemming over de portefeuilleverdeling kon hij op 16 mei de opdracht aanvaarden.
-   Kreeg op 5 juli 1963 de opdracht tot het vormen van een kabinet dat zich verzekerd kon achten van een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging. Op basis van tijdens de informatie-Beel tussen de fractievoorzitters van KVP, VVD, ARP en CHU bereikte overeenstemming over programma ('het Akkoord van Wassenaar') en portefeuilleverdeling zocht hij kandidaat-ministers. Nadat de KVP had geweigerd in te stemmen met Zijlstra als minister-president (waarbij hijzelf vicepremier zou worden) werd aangestuurd op vorming van een kabinet-Marijnen. Uit een geschil over de financiering van de sociale zekerheid tussen de kandidaat-ministers Veldkamp, Andriessen en Witteveen bleek dat er onvoldoende basis was voor de vorming van kabinet. De Quay vroeg hierna op 15 juli ontheffing van zijn opdracht.

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Ondertekende in 1939 als aanhanger van de 'Nederlandse Gemeenschap' met o.a. Lieftinck een 'Manifest tot eendracht'
-   Woonde tussen juni en september 1940 als regeringscommissaris van de Arbeid de vergaderingen van het College van Secretarissen-Generaal bij
-   Was in juli 1940 betrokken bij een mislukte poging om te komen tot vorming van een Nationaal Comité onder leiding van Linthorst Homan, en waarvan ook o.a. Drees, Donner en De Quay deel moesten gaan uitmaken.
-   Richtte in juli 1940 met L. Einthoven en J. Linthorst Homan de Nederlandse Unie op, nadat twee eerdere pogingen om een nieuwe nationale beweging op te zetten, waren mislukt. Daartoe waren onder meer besprekingen gevoerd met Arnold Meijer van Zwart Front en met Jhr. B.C. de Jonge, aan wie een leidende rol was toebedacht. De Nederlandse Unie wilde samenwerken met de Duitse bezetters, onder handhaving van de Nederlandse opvattingen en tradities.
-   Naar de rol van het driemanschap van de Nederlandse Unie werd in 1945 op voorstel van Schermerhorn een onderzoek ingesteld, hetgeen tot een positieve uitkomst voor De Quay leidde
-   Had als voorzitter van een adviescommissie van het Centrum voor Staatkundige Vorming een belangrijke rol bij de oprichting van de KVP
-   Trad als Commissaris van de Koningin op als een belangrijk lobbyïst voor zijn provincie en had een belangrijk aandeel in de economische opleving van Noord-Brabant
-   Had in zijn kabinet staatssecretaris Schmelzer als zijn directe politieke adviseur, met name voor financieel-economische vraagstukken
-   Wist zich te ontwikkelen tot een goed teamleider van het kabinet, wat zijn politieke onervarenheid compenseerde

uit de privé-sfeer
Zijn vader, R.B.A.N. de Quay, was generaal

anekdotes
-   Toen zijn kabinet in december 1960 viel over het bouwbeleid schreef hij in zijn dagboek: "Ik voel me innerlijk overgelukkig en dankbaar, dat ik er af ben. God zij geloofd en gedankt."
-   Hoewel hij na de oorlog als oud-leider van de Nederlandse Unie en als minister-president door de linkerzijde hard werd aangepakt, was hij niet eenkennig. In 1979 trof het een bezoeker op zijn boerderij in Beers, dat er een portretfoto van de socialist Suurhoff op de schoorsteenmantel stond en op tafel lag "Omzien in verwondering" van Annie Romein-Verschoor.

verkiezingen
-   Werd in 1963 tot Eerste-Kamerlid gekozen door Groep I: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht en Limburg

niet-aanvaarde politieke functies
-   minister van Binnenlandse Zaken, bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, september 1956 (geweigerd)
-   fractievoorzitter KVP Eerste Kamer der Staten-Generaal (was in juni 1963 als zodanig gekozen, maar zag er, nadat hij in oktober terugkeerde van een wereldreis, alsnog vanaf)

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Tilburg, Burg. Damstraat 50, omstreeks 1938
-   's-Hertogenbosch, Ververstraat 41, omstreeks 1955
-   Beers (N.Br.), 'De Hiersenhof', omstreeks 1963 tot 1985

ridderorden
-   Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
-   Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1959
-   Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 27 juli 1963
-   Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 april 1967

relevante buitenlandse reizen
Canada, Verenigde Staten en Brazilië, van oktober 1963 tot november 1963

verenigingen, sociëteiten, genootschappen
-   lid R.K. Utrechtse Studentenvereniging "Veritas"
-   lid Nederlandse Unie, van 1940 tot 1942
-   lid NVB (Nederlandse Volksbeweging), van mei 1945 tot 1946

rang(en) reserve-officier
-   reserve-tweede luitenant der artillerie, vanaf 1923
-   reserve-kapitein bij de economische verdedigingsvoorbereiding, van 1939 tot 1940
-   reserve-majoor van algemene dienst, omstreeks 1959

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   "Het aandeel der sensorische en motorische componenten in het leer- en arbeidsproces" (dissertatie, 1927)
-   "Psychotechniek in het bedrijf" (1931)
-   "Opleiding voor wevers"
-   "De bescherming van het zelfstandig kleinbedrijf in den detailhandel" (1939)
-   "De dwang der moderne onderneming naar economische ordening" (1939)
-   diverse pre-adviezen
-   diverse tijdschriftartikelen op psychologisch en economisch gebied

literatuur/documentatie
-   J. Rogier, "Een zondagskind in de politiek en andere christenen" (1980), 7-209
-   G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984)
-   J. Bosmans, "Quay, Jan Eduard de (1901-1985)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 471
-   Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
-   Ned. Patriciaat, 1962

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Beek (gem. Ubbergen), 9 augustus 1927

naam echtgeno(o)t(e)/partner
M.H.W. van der Lande, Maria Huberta Wilhelmina

kinderen
5 zoons en 4 dochters

naam vader
R.B.A.N. de Quay, Rudolph Balthazar Antonie Nicolas

geboorteplaats en/of -datum vader
Maastricht, 6 december 1868

naam moeder
J.E.R. van de Mortel, Joanna Elisa Rosa

geboorteplaats en/of -datum moeder
's-Hertogenbosch, 16 juni 1874

beroep vader
-   generaal
-   divisie commandant te Breda
-   militair attaché gezantschap te Parijs

beroep grootvader (vaderskant)
directeur der belastingen in Limburg

beroep grootvader (moederskant)
wethouder

familierelaties
-   Schoonzoon van J.C.L. van der Lande, Eerste-Kamerlid
-   Achterkleinzoon van jhr. E.J.P. van Meeuwen, Eerste-Kamerlid
-   Achterkleinzoon van J.B.H. van de Mortel, Tweede-Kamerlid
-   Een dochter was gehuwd met een zoon van J.B.G.M. ridder de van der Schueren, Commissaris der Koningin (Overijssel)



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
Nieuws
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route