| - | |
advocaat en procureur te Deventer, van 1894 tot 1901 |
| - | |
lid gemeenteraad van Deventer, van 20 december 1897 tot september 1901 |
| - | |
wethouder (van financiën, armbestuur, ziekenhuis), van 16 januari 1899 tot september 1901 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Deventer, van 8 juni 1900 tot 17 september 1918 |
| - | |
advocaat en procureur te 's-Gravenhage, van 2 oktober 1901 tot mei 1933 |
| - | |
fractievoorzitter VDB Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1916 tot 27 mei 1933 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 27 mei 1933 |
| - | |
lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 27 augustus 1923 tot 26 mei 1933 |
| - | |
wethouder (van onderwijs) van 's-Gravenhage, van 27 augustus 1931 tot 26 mei 1933 |
| - | |
minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 26 mei 1933 tot 18 mei 1935 |
| - | |
lid bestuur Deventer Cricket- en Voetbalvereniging "U.D." (Utile Dulci) |
| - | |
lid bestuur muziekschool te Deventer |
| - | |
agent Stedelijke Hypotheekbank te 's-Gravenhage, vanaf 1898 |
| - | |
hoofdagent levensverzekeringen Belgische Maatschappij van Algemene Verzekeringen |
| - | |
lid directie Donau Hypotheekbank te 's-Gravenhage |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Hollandsche Crediet- en Effectenbank te 's-Gravenhage |
| - | |
lid Raad van Defensie, van 15 juli 1918 tot 1933 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake het Socialisatie-vraagstuk (Staatscommissie-Nolens), van 11 maart 1920 tot 2 april 1927 |
| - | |
kabinetsformateur, van 24 november 1925 tot 1 december 1925 (poging mislukt) |
| - | |
voorzitter Stichting "De Hooge Veluwe", van april 1935 tot 1942 (medeoprichter) |
| - | |
hoofdredacteur "Land en Volk" te 's-Gravenhage |
| - | |
lid redactie tijdschrift "Vragen des Tijds" |
| - | |
voorzitter Stichting "De Hooge Veluwe", vanaf 1 januari 1951 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1905 tot september 1905 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1916 tot november 1916 (voorzitter derde afdeling) |
| - | |
voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de ontwerp-Nijverheidswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), tot juni 1919 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1920 tot april 1920 (voorzitter derde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1927 tot mei 1928 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1930 tot mei 1933 |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende zaken, waaronder defensie, arbeid, waterstaat, financiën en justitie |
| - | |
Een door hem ingediende en aangenomen motie, waarin het besluit van minister Bosboom werd betreurd om de Landstormlichting 1908 in plaats van de lichting 1918 op te roepen, was voor de minister reden om ontslag te nemen |
| - | |
Bracht in 1917 samen De Meester (Liberale Unie), Troelstra (SDAP) en Visser van IJzendoorn (BVL) een initiatiefwet tot stand over verhoging van het minimumsalaris voor onderwijzers en schoolhoofden met f 100. Het voorstel werd in augustus 1917 in de Eerste Kamer verdedigd door Visser van IJzendoorn. De regering bekrachtigde het aangenomen wetsvoorstel niet, maar kwam korte tijd later zelf met een wet die ongeveer het zelfde effect had. |
| - | |
Een door hem samen met Duys (SDAP) en De Muralt (Liberale Unie) ingediend initiatiefvoorstel over een premievrij staatspensioen voor behoeftigen boven de zeventig jaar werd in 1918 door de Eerste Kamer verworpen |
| - | |
Bracht in 1918 samen met vijf andere fractievoorzitters een initiatiefwet tot stand inzake een enquête naar de levensmiddelenvoorziening tijdens de Eerste Wereldoorlog |
| - | |
Diende in 1918 een initiatiefvoorstel in tot wijziging van de Kieswet, waardoor vrouwen het kiesrecht kregen. Hiermee werd uitvoering gegeven aan de in 1917 in de Grondwet opgenomen mogelijkheid. Het voorstel werd op 9 mei 1919 in de Tweede Kamer en op 10 juli 1919 in de Eerste Kamer aangenomen. De wetswijziging werd gepubliceerd in Staatsblad 536 van 9 augustus 1919. |
| - | |
Diende in 1919 een initiatiefvoorstel in over een heffing van een buitengewone belasting ter dekking van oorlogsuitgaven. Dit voorstel werd in 1922 door de Tweede Kamer verworpen. |
| - | |
Diende in 1922 een initiatiefvoorstel in over de benoembaarheid van vrouwen in rechterlijke functies. Dit voorstel werd in 1923 door de Tweede Kamer verworpen. |
| - | |
C.K. Elout, "De Heeren in Den Haag" (2e reeks, 1909), 10 |
| - | |
P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel I, 40-42 |
| - | |
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) |
| - | |
P. Groenewald, "Bibliografie van de boeken, brochures en tijdschriftartikelen van mr. H.P. Marchant (1869-1956)" (1986) |
| - | |
J. Bosmans, "Marchant, Hendrik Pieter (1869-1956)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 367 |
| - | |
C.A. Groenewold, "H.P. Marchant (1869-1956), le tigre neerlandais" (dissertatie, 1992) |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1901, 1905, 1909 en 1913 |