| - | |
advocaat te Amsterdam, van 1876 tot 1901 (geassocieerd met Jhr.mr. F.K. van Lennep) |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland voor het kiesdistrict Weesp, van 8 mei 1882 tot februari 1908 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Ridderkerk, van 1 mei 1888 tot 15 september 1891 |
| - | |
lid gemeenteraad van Amsterdam, van 1889 tot 1895 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Harlingen, van 25 april 1893 tot 20 maart 1894 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Sneek, van 19 juni 1894 tot 21 september 1897 |
| - | |
lid gemeenteraad van Amsterdam, van 1900 tot februari 1908 |
| - | |
wethouder (van financiën en publieke werken) van Amsterdam, van 15 mei 1901 tot februari 1908 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam VII, van 17 september 1901 tot 19 september 1905 |
| - | |
voorzitter A.R.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1903 tot februari 1908 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Sliedrecht, van 19 september 1905 tot 10 februari 1908 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 11 februari 1908 tot 29 augustus 1913 |
| - | |
voorzitter van de ministerraad, van februari 1908 tot 29 augustus 1913 (formeel tijdelijk) |
| - | |
minister van Koloniën ad interim, van 12 februari 1908 tot 20 mei 1908 (in afwachting van de komst van Idenburg) |
| - | |
waarnemend minister van Justitie, van 12 februari 1910 tot 11 mei 1910 (vanwege ziekte van minister Nelissen) |
| - | |
minister van Justitie ad interim, van 11 mei 1910 tot 7 juni 1910 (na het aftreden van minister Nelissen) |
| - | |
waarnemend minister van Justitie, van 7 januari 1913 tot 18 januari 1913 (vanwege ziekte van minister Regout) |
| - | |
minister van Justitie ad interim, van 18 januari 1913 tot 29 augustus 1913 (na het overlijden van minister Regout) |
| - | |
lid Raad van State, van 11 september 1913 tot 9 september 1918 |
| - | |
minister van Justitie, van 9 september 1918 tot 4 september 1925 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 juli 1922 tot 18 september 1922 |
| - | |
fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van juli 1925 tot 17 september 1929 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1925 tot 12 juni 1932 |
| - | |
secretaris-penningmeester "Debating Society" te Leiden, vanaf oktober 1873 |
| - | |
redacteur Utrechts-Leids studentenblad "Vox Studiosorum", vanaf 1873 (samen met W. van der Vlugt) |
| - | |
voorzitter Leids Studentencorps |
| - | |
eerste luitenant schutterij te Amsterdam |
| - | |
penningmeester pensioenfonds van Patrimonium |
| - | |
kantonrechter-plaatsvervanger te Amsterdam, van 1877 tot 1887 |
| - | |
medewerker tijdschrift "Het Paleis van Justitie", van 1878 tot 1881 |
| - | |
secretaris Raad van Tucht voor koopvaardij, vanaf 1880 |
| - | |
lid Schoolraad voor scholen met den Bijbel, van 1890 tot 1906 |
| - | |
lid bestuur Vereeniging tot werkverschaffing aan hulpbehoevende blinden, omstreeks 1890 (nog in 1916) |
| - | |
lid College van Curatoren Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1891 tot 1908 |
| - | |
lid commissie van enquête (Vrije Universiteit), van 1895 tot 1896 (onderzoek naar eventuele strijdigheid van de opvattingen van De Savornin Lohman met de grondslag van de Vrije Universiteit) |
| - | |
lid Staatscommissie tot bevordering der codificatie van het internationaal privaatrecht, vanaf 1897 |
| - | |
gedelegeerde op de Haagse Conferentie voor het internationaal privaatrecht, 1900 |
| - | |
gedelegeerde op de Britse Conferentie voor het internationaal privaatrecht, 1904 |
| - | |
kabinetsformateur, van 16 januari 1908 tot 11 februari 1908 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, van 2 mei 1910 tot 15 mei 1912 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de verdediging van Nederlands-Indië, van 5 juni 1912 tot mei 1913 |
| - | |
lid College van Curatoren Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1913 tot 1922 |
| - | |
lid College van Curatoren Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van 1913 tot 1918 |
| - | |
lid College van Curatoren Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, van 1922 tot 1929 |
| - | |
lid Nederlands-Poolse conciliatiecommissie |
| - | |
lid Nederlandse delegatie IPU (Interparlementaire Unie) |
| - | |
lid internationale commissie voor juridische vraagstukken, IPU, omstreeks 1932 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1901 tot maart 1902 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1902 tot november 1902 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1903 tot mei 1903 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1903 tot april 1904 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1904 tot november 1904 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1907 tot november 1907 |
| - | |
lid afdeling Buitenlandse Zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State) |
| - | |
ondervoorzitter van de ministerraad, van 9 september 1918 tot 4 september 1925 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1925 tot januari 1926 |
| - | |
voorzitter vaste commissie voor Privaat- en Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1925 tot juni 1932 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1926 tot september 1929 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1930 tot september 1931 |
| - | |
voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp wijziging Huwelijksvermogensrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1930 tot juni 1932 |
| - | |
Stelde in 1910 een Staatscommissie inzake Grondwetsherziening in, waarvan hijzelf voorzitter werd. |
| - | |
Diende in 1910 een wetsvoorstel dat de huwende ambtenares verplichtte ontslag te nemen. Dit voorstel werd door het opvolgende kabinet ingetrokken. |
| - | |
Belangrijkste benoemingen tijdens zijn ministerschap (1908-1913): J. Röell (lib., vice-president Raad van State), P.A.V. van Harinxma thoe Slooten (lib., Commissaris der Koningin in Friesland), S. van Citters (arp, Commissaris der Koningin in Gelderland), W.F. van Leeuwen (lib., Commissaris der Koningin in Noord-Holland), E.C. Sweerts de Landas Wyborgh (arp, Commissaris der Koningin in Zuid-Holland), A. Röell (lib., burgemeester van Amsterdam), N.Ch. de Gijselaar (chu, Leiden), L.W.Ch. van den Berg (arp, Delft). |
| - | |
Diende in 1920 een wetsvoorstel in over de rechtstoestand van de ambtenaren. Dit voorstel werd later ingetrokken en vervangen door de Ambtenarenwet. |
| - | |
Bracht in 1908 de wet tot invoering van de wettelijk tijd tot stand. Hierdoor werd een einde gemaakt aan het hanteren van per regio verschillende tijden. Als wettelijk tijd werd gekozen de Amsterdamse Tijd, die 25 minuten afwijkt van de Midden-Europese Tijd. |
| - | |
Bracht in 1909 een wijziging van de Wet op het Middelbaar Onderwijs tot stand, waardoor bijzondere scholen onder bepaalde voorwaarden subsidie konden krijgen |
| - | |
Bracht in 1910 de Pandhuiswet tot stand, waardoor banken van lening niet langer onder de instellingen van weldadigheid vielen |
| - | |
Bracht in 1910 de Trekhondenwet tot stand, die regels bevatte over het gebruik van de hondenkar. Er mocht daarbij geen sprake zijn van dierenmishandeling. De wet maakte een einde aan de uiteenlopende provinciale en gemeentelijke verordeningen. |
| - | |
Bracht in 1910 een wet tot stand waardoor scholen voor (meer) uitgebreid lager onderwijs (u.l.o. en m.u.l.o.) rijkssubsidie konden krijgen (m.u.l.o.-wet) |
| - | |
Bracht in 1911 de Vaccinatiewet tot stand, die ook vaccinatie tegen pokken voor onderwijzers en leerlingen verplicht stelde |
| - | |
Bracht in 1912 de Armenwet tot stand. De armenzorg bleef primair een kerkelijke en particuliere taak; de overheid kon wel subsidies verlenen. Er kwamen gemeentelijke Armenraden, waarin de instellingen voor armenzorg samenwerkten, zodat deze hun zorg beter konden afstemmen. De Armenraden konden informatie inwinnen over de inkomenspositie van burgers. |
| - | |
Bracht in 1912 samen met minister E. Regout de Erfgooierswet tot stand, die een wettelijke regeling bevatte voor het grondgebruik in Gooiland voor leden van de Vereniging Stad en Lande van Gooiland. |
| - | |
Bracht in 1919 als minister van Justitie de Vuurwapenswet tot stand. Deze gaf de minister de bevoegdheid in-, uit-, door- en vervoer van vuurwapens en munitie te verbieden. Alleen publiekrechtelijke lichamen en vergunninghouders mochten een vuurwapen (en munitie) hebben. Levering van vuurwapens moest worden geregistreerd. |
| - | |
Bracht in 1920 een wet inzake de grensbewaking tot stand. Deze opent de mogelijkheid van het instellen van (voor vreemdelingen verboden) bewakingsgebieden. De Koninklijke Marechaussee wordt belast met de grensbewaking. |
| - | |
Bracht in 1920 een wet tot stand houdende strafbepalingen tegen revolutionaire woelingen (de zgn. anti-revolutiewet). Ook handelingen die erop gericht waren de staatsvorm omver te werpen, werden strafbaar. |
| - | |
Bracht in 1921 samen met minister Van IJsselstein de Handelsnaamwet tot stand die tot betere bescherming van handelsnamen moest leiden. Verder wordt bepaald waaraan nieuwe handelsnamen moeten voldoen. Er mag bijvoorbeeld geen verwarring met bestaande ondernemingen ontstaan. |
| - | |
Bracht in 1921 een wet tot vereenvoudiging van de rechtspleging in lichte strafzaken tot stand. Door deze wet werd in zaken met een lagere gevangenisstraf dan zes maanden een versnelling van de procedure mogelijk. Bij rechtbanken kwam er voor deze zaken een alleensprekende rechter, die als 'politierechter' wordt aangeduid. |
| - | |
Bracht in 1921 een wet tot invoering van de kinderrechter en van ondertoezichtstelling van minderjarigen tot stand. Hierdoor komt er een tussenweg tussen het afzien van een opvoedkundige maatregel en het onttrekken van een kind aan de ouderlijke macht. |
| - | |
Bracht in 1922 een herziening van het Wetboek van Koophandel tot stand, inzake de koopmansboeken (bedrijfsadministratie) |
| - | |
Bracht in 1922 de Wet inzake het Levensverzekeringsbedrijf tot stand, waardoor levensverzekeringsmaatschappijen onder - beperkt - toezicht kwamen van een verzekeringskamer |
| - | |
Bracht in 1923 enkele wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek tot stand (erfopvolging, getuigenbewijs). In het erfrecht krijgt de echtgenoot c.q. echtgenote voorrang bij de verdeling van de boedel vóór eventuele kinderen en broers en zussen. |
| - | |
Bracht in 1923 samen met Van Dijk en Westerveld de wet tot invoering van het in 1903 vastgestelde Wetboek van Militair Strafprocesrecht tot stand. |
| - | |
Bracht in 1924 samen met minister Van Swaaij een algehele wijziging van de Motor- en rijwielwet 1904 tot stand. De regels voor het verkeer worden voor alle gemeenten gelijk. Er worden nu ook bepalingen opgenomen over het voeren van licht en het geven van signalen door motorrijtuigen. De geldigheid van het rijbewijs wordt aan een termijn (twee jaar) gebonden en er komen maximumsnelheden voor auto's (20 en 12 km/u resp. buiten en binnen de bebouwde kom). Verder wordt de minimumleeftijd voor het besturen van een motorrijtuig 18 jaar en komt er een regeling voor de aansprakelijkheid van bestuurders bij botsingen. De bestuurder is aansprakelijk, tenzij er sprake was van overmacht. |
| - | |
Bracht in 1924 een wijziging van het Wetboek van Koophandel inzake het zeerecht tot stand. De bestaande chaotische wet- en regelgeving werd vervangen door één overzichtelijk deel van het Wetboek van Koophandel. De voorbereiding van de wijziging was grotendeels het werk van de Utrechtse hoogleraar W.L.P.A. Molengraaff, die bij de behandeling als regeringscommissaris optrad. |
| - | |
Bracht in 1925 een nieuw Wetboek van Strafvordering tot stand, dat in 1914 door zijn voorganger was ingediend. Een strafprocedure krijgt een gematigd accusatief (beschuldigend) karakter in plaats van een inquisitoir (onderzoekend) karakter. De rechten van de verdediging van een verdachte bij het voorbereidend onderzoek worden beter geregeld. Het Wetboek wordt 1 januari 1926 ingevoerd. |
| - | |
Bracht in 1925 de zgn. Psychopatenwet (Stb. 221, 1926) tot stand. Deze regelde de bestraffing van personen bij wie tijdens het begaan van een strafbaar feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing in de geestesontwikkeling bestond. Er werd voortaan onderscheid gemaakt tussen ontoerekeningsvatbaren en verminderd toerekeningsvatbaren. Bij ontoerekeningsvatbaarheid was naast gedwongen opneming in een Krankzinnigengesticht ter beschikkingstelling van de regering (t.b.r.) mogelijk, waarbij gedwongen verpleging in een rijksasiel volgde. De wet werd in 1928, na een technische herziening, ingevoerd. |
| - | |
Was dispuutgenoot van de latere Kamerleden W. van der Vlugt en F.D. graaf Schimmelpenninck en van prins Alexander |
| - | |
Debatteerde in 1874 met Kuyper, waarbij hij de stelling verdedigde dat de Calvinistische beweging een gevaar voor Nederland was |
| - | |
Promoveerde bij prof. R.T.H.P.L.A. van Boneval Faure |
| - | |
In eigen antirevolutionaire (gereformeerde) kring stelden velen zich soms enigszins gereserveerd op tegenover hem, omdat hij - anders dan gebruikelijk was in zijn kring - regelmatig toneelvoorstellingen en bioscopen bezocht. Nog bedenkelijker werd het geacht, dat zijn echtgenote als toneelspeelster optrad. Ook het gebruik van grapjes in debatten door hem werd niet altijd gewaardeerd. |
| - | |
Zijn relatie met zijn tweede echtgenote stond lange tijd onder spanning, waarbij er na enige tijd sprake was van een scheiding van tafel en bed; zij weigerde in 1908, toen Heemskerk minister werd, naar Den Haag te verhuizen. |
| - | |
Versloeg in 1888 in het district Ridderkerk J.B. van Osenbruggen (lib.) |
| - | |
Werd in 1891 en 1894 in het district Ridderkerk verslagen door A. Smit (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1893 bij tussentijdse verkiezingen in het district Harlingen A. Bouman (lib.) na herstemming |
| - | |
Werd in 1894 in het district Harlingen na herstemming verslagen door A. Bouman (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1894 bij naverkiezingen in het district Sneek J.A. van Gilse (lib.) na herstemming |
| - | |
Werd in 1897 na herstemming met één stem verschil verslagen door J.A. van Gilse (ul) |
| - | |
Werd in 1897 in het district Amsterdam VIII na herstemming verslagen door P. Nolting (rad.). Kreeg bij naverkiezingen in 1897 in Amsterdam VI bij de herstemming evenveel stemmen als W.J. Geertsema (lib.), waardoor de laatste gekozen werd op grond van zijn leeftijd |
| - | |
Werd in 1897 bij naverkiezingen in het district Amsterdam IX verslagen door A. Kerdijk (lib.) |
| - | |
Werd in 1901 in de districten Gouda en Amsterdam VII gekozen en nam zitting voor Amsterdam VII. Versloeg in Amsterdam VII B.H. Heldt (vdb) en in Gouda C.J.E. graaf van Bylandt (o.l.) na herstemming. |
| - | |
Werd in 1905 in het district Amsterdam VII na herstemming verslagen door C.J.F. Blooker (lib.) |
| - | |
Versloeg in 1905 in het district Sliedrecht jhr. H. Smissaert (o.l.) na herstemming |
| - | |
Amsterdam, tot 1866 |
| - | |
's-Gravenhage, vanaf 1866 |
| - | |
Amsterdam, Kloveniers Burgwal, van 1876 tot mei 1878 |
| - | |
Amsterdam, Prof. Tulpstraat, van mei 1878 tot 1881 |
| - | |
Amsterdam, Falckstraat 4, van 1881 tot mei 1891 |
| - | |
Amsterdam, Weteringschans 217, vanaf mei 1891 |
| - | |
's-Gravenhage, Raamweg 24, omstreeks 1924 |
| - | |
F. Netscher, "Theo" (1911) |
| - | |
E.J. Beumer, "Het Ministerie-Heemskerk en de sociale wetgeving" (1913) |
| - | |
D. Hans, "Minister Heemskerk", in: "Parlementsfilm" (z.j.) |
| - | |
P.A. Diepenhorst, "Mr. Th. Heemskerk. De christen-staatsman" (1932) |
| - | |
V.H. Rutgers, "Mr. Theodorus Heemskerk" in: Levensberichten van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde" (1933/1934), 33-45 |
| - | |
J. Voerman "Het conflict Kuyper-Heemskerk" (diss., 1954) |
| - | |
I.A. Diepenhorst, "Mr. Th. Heemskerk", in: C. Bremmer (red.), "Personen en momenten uit de geschiedenis van de Anti-Revolutionaire Partij)" (1980) |
| - | |
G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) |
| - | |
W. Slagter, "Heemskerk, Theodorus (1852-1932)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 239 |
| - | |
A. Bornerbroek, "Een heer in een volkspartij: Theodoor Heemskerk (1852-1932), minister-president en minister van Justitie" (2006) |
| - | |
P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941" (1998) |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1961 |