| - | |
leraar handelswetenschappen, Hogere Burgerschool te Sneek, van 1868 tot 1870 |
| - | |
leraar handelswetenschappen, Hogere Burgerschool te Arnhem, van 1870 tot 1871 |
| - | |
hoofdredacteur dagblad "Het Vaderland" te 's-Gravenhage, van 1871 tot 1877 (afgetreden op verzoek van de directie) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Winschoten, van 19 november 1877 tot 27 maart 1888 |
| - | |
directeur Eerste Nederlandsche Maatschappij tot Verzekering op het leven, van 1883 tot 1897 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Veendam, van 1 mei 1888 tot 15 september 1891 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zutphen, van 15 september 1891 tot 27 juli 1897 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 27 juli 1897 tot 31 juli 1901 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zutphen, van 21 september 1897 tot 19 september 1905 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Enkhuizen, van 19 september 1905 tot 21 september 1909 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rotterdam I, van 21 september 1909 tot 16 september 1913 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Emmen, van 16 september 1913 tot 18 januari 1917 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1913 tot 18 januari 1917 |
| - | |
lid bureau der liberale kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van maart 1886 tot 1893 |
| - | |
lid hoofdbestuur Liberale Unie, van 7 november 1891 tot 27 juli 1897 |
| - | |
voorzitter kiesrecht-kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1893 tot maart 1894 |
| - | |
voorzitter kamerclub vooruitstrevend-liberalen, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van mei 1894 tot september 1897 |
| - | |
voorzitter hoofdbestuur Liberale Unie, van 1901 tot 1914 |
| - | |
voorzitter kamerclub Liberale Unie, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 december 1902 tot september 1913 |
| - | |
voorzitter Centraal Comité van de Vrijzinnige Concentratie, 1913 |
| - | |
verslaggever tijdens de Frans-Duitse oorlog in Straatsburg (1870) |
| - | |
lid Comité ter bespreking van de Sociale Questie, vanaf 1873 |
| - | |
lid bestuur afdeling Volksontwikkeling te 's-Gravenhage, omstreeks 1876 |
| - | |
secretaris Maatschappij tot Nut van den Javaan, omstreeks 1875 |
| - | |
Haags correspondent (Haagsche brieven) "Zutphensche Courant", van 1877 tot 1897 |
| - | |
redacteur tijdschrift "Vragen des Tijds", van 1878 tot 1881 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Coöperatie van Sigarenmakers te 's-Gravenhage |
| - | |
voorzitter "Volksbond", vereeniging tegen drankmisbruik, van 1879 tot 1897 |
| - | |
lid hoofdbestuur Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, van 1886 tot 1892 |
| - | |
voorzitter Vereniging Volksonderwijs 00-00-1886/00-00-1897 |
| - | |
redacteur tijdschrift "Vragen des Tijds", van 1894 tot 1897 |
| - | |
medewerker "De Nederlander" tot 1896 |
| - | |
medewerker "Tijdschrift voor Sociale Hygiëne", vanaf 1902 |
| - | |
medewerker "Sociaal Weekblad" |
| - | |
lid bestuur jaarlijkse congressen voor openbare gezondheidszorg |
| - | |
lid hoofdbestuur "Volksbond", vereeniging tegen drankmisbruik, omstreeks 1901 |
| - | |
kabinetsformateur, van 15 juli 1905 tot 16 augustus 1905 |
| - | |
ondervoorzitter parlementaire enquêtecommissie inzake de toestand in fabrieken en werkplaatsen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1886 tot 1887 |
| - | |
(tijdelijk) ondervoorzitter van de ministerraad, van 27 juli 1897 tot 1 augustus 1901 |
| - | |
lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1901 tot september 1906 |
| - | |
voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1913 tot januari 1917 |
| - | |
voorzitter Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1913 tot januari 1917 |
| - | |
Hield zich in de Tweede Kamer met uiteenlopende onderwerpen, onder meer betreffende het binnenlands bestuur, kiesrecht, waterstaat, volksgezondheid, defensie en handel |
| - | |
Was in 1886 de voornaamste initiatiefnemer voor het instellen van de parlementaire enquête naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen |
| - | |
Een door hem ingediend (en aangenomen) amendement op de begroting van Marine 1887 leidde tot het aftreden van minister Gericke |
| - | |
Diende in 1889 samen met Hartogh, Kerdijk, Schepel en Zaaijer initiatiefvoorstellen tot invoering van een inkomensbelasting, vermeerdering van het aantal leden der colleges van zetters, afschaffing van het patentrecht (m.u.v. naamloze vennootschappen) en nadere regeling van het registratierecht bij overgang van onroerende zaken, alsmede tot bepaling van het percentage der inkomstenbelasting voor 1890. Het voorstel inzake de inkomenstenbelasting werd in 1890 ingetrokken, na verwerping van artikel 1. De overige voorstellen werden daarna ingetrokken. |
| - | |
Nam in 1906 het initiatief tot het instellen van een wekelijks vragenuur in de Tweede Kamer |
| - | |
Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten |
| - | |
Stemde in 1887 vóór een (verworpen) amendement-Heldt om in de Grondwet op te nemen dat de Staten-Generaal moest beslissen over oorlogsverklaring |
| - | |
Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten |
| - | |
Behoorde in 1910 tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór een motie-Duymaer van Twist stemde, waarin werd gevraagd niet alleen de officierstraktementen maar ook de pensioenen te verhogen. Aanneming van de motie was voor minister Cool reden om ontslag te nemen. |
| - | |
Behoorde in 1916 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen. Aanneming van de motie was voor Treub reden om af te treden. |
| - | |
Bracht in 1898 een wet tot wering van voor de land-, tuin- of bosbouw schadelijke dieren en van plantenziekten tot stand |
| - | |
Bracht in 1900 de Leerplichtwet tot stand, die een leerplicht invoert van zes jaar (met beperkt herhalingsonderwijs), maar die tevens verloven toestaat voor arbeid in de landbouw, tuinbouw en veenderij |
| - | |
Bracht in 1900 een wijziging van de Gemeentewet tot stand, waardoor gemeenten de bevoegdheid krijgen een gematigde progressie in hun gemeentelijke belastingverordeningen in te voeren |
| - | |
Bracht in 1900 een herziening van de Boterwet (tot bestrijding van bedrog in de boterhandel) tot stand |
| - | |
Bracht in 1901 de Gezondheidswet tot stand, waarbij een Centrale Gezondheidsraad wordt ingesteld, die adviesorgaan van de regering wordt en leiding geeft aan het ambtelijk apparaat. Inspecteurs en hoofdinspecteurs worden belast met het toezicht op de naleving van wetten (zoals de Woningwet) en er komen plaatselijke gezondheidscommissies. |
| - | |
Bracht in 1901 de Woningwet tot stand. Deze wet bevat bepalingen over de eisen die gemeenten moeten stellen aan het bouwen en herbouwen van woningen, en aan behoorlijke bewoning (gemeentelijke bouw- en woningverordeningen). Verder komen er bepalingen over onbewoonbaarverklaring, ontruiming, sluiting en afbraak van woningen. Geldelijke gemeente- en rijkssteun voor woningverbetering wordt mogelijk. Door aanvulling van de Onteigeningswet kunnen in het belang der volkshuisvesting onteigeningen plaatsvinden. De gemeenteraad kan bouwen verbieden op grond bestemd voor aanleg van straten. In gemeenten boven de 10.000 inwoners wordt een uitbreidingsplan verplicht. Er komt een wettelijke basis voor woningbouwverenigingen. |
| - | |
Versloeg in 1877 bij tussentijdse verkiezingen H.P. Hazewinkel met groot verschil |
| - | |
Werd in 1881 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen |
| - | |
Versloeg in 1884 de antirevolutionairen A.F. de Savornin Lohman en J.G. Nederhoed |
| - | |
Versloeg in 1886 de antirevolutionairen M.A. de Savornin Lohman en Jhr. O.Q. van Swinderen |
| - | |
Werd in 1887 in de eerste stemmingsronde gekozen. Versloeg onder anderen Jhr. O.Q. van Swinderen (a.r.) |
| - | |
Werd in 1887 in het district Delft verslagen door J.C. Fabius (a.r.) en A.H.M. van Berckel (r.k.) |
| - | |
Versloeg in 1888 in het district Veendam Jhr. W.H. de Savornin Lohman (arp) |
| - | |
Werd in 1891 in de districten Veendam en Zutphen gekozen en nam zitting voor Zutphen. Versloeg in Veendam A. Brummelkamp (arp) en in Zutphen D. Engelberts (arp). |
| - | |
Werd in 1894 in de districten Zutphen en Sneek gekozen en nam zitting voor Zutphen. Versloeg in Zutphen J.G. Gleichman (lib./anti-takkiaan) en in Sneek H. Pollema (arp) na herstemming. Was ook verliezend kandidaat in de districten Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage en Kampen. |
| - | |
Versloeg in 1897 in het kiesdistrict Zutphen jhr. H.W.C. de Jonge (arp). Bij de verkiezingen die nodig waren na zijn benoeming tot minister versloeg hij Th. Heemskerk (arp). |
| - | |
Werd in 1901 in de districten Amsterdam IV en Zutphen gekozen en nam zitting voor Zutphen. Versloeg in Amsterdam IV Z. van den Bergh (vdb) en in Zutphen R.P.J. Tutein Nolthenius (o.l.) na herstemming. |
| - | |
Werd in 1905 in de districten Enkhuizen en Zutphen gekozen en nam zitting voor Enkhuizen. Versloeg in Zutphen A.S. Talma (arp) na herstemming en in Enkhuizen N. Sluis Pzn. (arp). Werd in het district Tietjerksteradeel verslagen door A.S. Talma (arp). |
| - | |
Versloeg in 1909 in het kiesdistrict Rotterdam I Jhr. D.J. de Geer (chu) na herstemming. Werd in het kiesdistrict Enkhuizen verslagen door N. Oosterbaan (arp). |
| - | |
Versloeg in 1913 in het kiesdistrict Emmen G. Hofstede (arp). Werd in het kiesdistrict Rotterdam I in de eerste verkiezingsronde verslagen door H. Spiekman (sdap) en B.J. Gerretson (chu). |
| - | |
Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881) |
| - | |
F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889) |
| - | |
H. van der Mandere, "Mr. Hendrik Goeman Borgesius", in: "Mannen en vrouwen van betekenis" (1912) 6/7 |
| - | |
D. Hans, "Goeman Borgesius" in: Parlementsfilm (z.j.) |
| - | |
G. Taal, "Borgesius, Hendrik Goeman (1847-1917)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 49 |
| - | |
H. te Velde, "H. Borgesius", in: "Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland", deel VII, 17 |
| - | |
H. te Velde, "H. Goeman Borgesius 1847-1917", in: G.A. van der List, P.G.C. van Schie (red.), "Van Thorbecke tot Telders" (1993) |
| - | |
B. Wartena, "H. Goeman Borgesius (1847-1917). Vader van de verzorgingsstaat" (2003) |
| - | |
Patrick van Schie, "Vrijheidsstreven in verdrukking. Liberale partijpolitiek in Nederland 1901-1940" (2005), 63-64 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897 e.v. |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1950 |