| - | |
attaché legatie te Constantinopel, vanaf 1822 |
| - | |
buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Holland, van 5 augustus 1840 tot 5 september 1840 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 18 oktober 1842 tot 13 februari 1849 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van oktober 1847 tot 13 februari 1849 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict 's-Gravenhage, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict 's-Gravenhage, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 februari 1851 tot 17 september 1852 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict 's-Gravenhage, van 14 juni 1853 tot 4 augustus 1855 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 juni 1853 tot 22 augustus 1855 |
| - | |
Commissaris des Konings in Noord-Holland, van 1 oktober 1855 tot 1 mei 1860 (benoemd bij K.B. van 4 augustus 1855) |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 14 december 1860 tot 11 november 1866 |
| - | |
Sprak in de Tweede en Eerste Kamer over uiteenlopende onderwerpen (accijnzen, koloniën, spoorwegen, buitenlandse zaken) |
| - | |
Stemde bij de grondwetsherziening van 1840 tegen de wijziging van het hoofdstuk over koloniën |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemde, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening |
| - | |
Beantwoordde in 1844 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan, met "ja" |
| - | |
Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
Stemde in 1848 tegen hoofdstuk IX (over de waterstaat) van de nieuwe Grondwet |
| - | |
Interpelleerde in 1849 minister Lightenvelt over de toetreding van Limburg tot de Duitse Bond |
| - | |
Stemde in 1863 tegen de ontwerp-Wet op het middelbaar onderwijs |