| - | |
assistent Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, van 1948 tot 1957 (onder andere assistent van Prof. Van den Brink) |
| - | |
economisch adviseur KAB (Katholieke Arbeiders Beweging), van 1948 tot 1957 |
| - | |
directeur wetenschappelijk adviesbureau KAB (Katholieke Arbeiders Beweging), van 1957 tot 24 juli 1963 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1959 tot 24 juli 1963 |
| - | |
minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, van 24 juli 1963 tot 5 april 1965 |
| - | |
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 5 april 1965 tot 22 november 1966 |
| - | |
minister van Verkeer en Waterstaat ad interim, van 1 mei 1966 tot 30 juni 1966 (tijdens afwezigheid van minister Suurhoff in verband met operatie) |
| - | |
plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 6 maart 1955 tot 24 juli 1963 |
| - | |
lid bestuur Europese organisatie van het ICV (Internationaal Christelijk Vakverbond), tot juni 1963 |
| - | |
lid Economisch-Sociaal Comité van de Europese Gemeenschap, van 1956 tot juni 1963 |
| - | |
lid Commissie economische mededinging, van 11 november 1958 tot mei 1959 |
| - | |
lid CPC (Centrale Plancommissie) |
| - | |
voorzitter gewest Gooiland, van 15 december 1968 tot 1 september 1974 |
| - | |
lid Staatscommissie van advies inzake de personeelsvoorziening voor de krijgsmacht (Staatscommissie-Mommersteeg), van 13 maart 1975 tot 1976 |
| - | |
voorzitter Nederlands Asthma Fonds, van 1976 tot 1990 |
| - | |
vicevoorzitter commissie bezwaar- en beroepschriften gemeente Hilversum |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Spoorwegen, omstreeks 1976 en nog in 1990 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen RSV (Rijn Schelde Verolme), omstreeks 1990 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Weverij "De Ploeg", omstreeks 1990 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen vezekeringsmaatschappij "Concordia", omstreeks 1990 |
| - | |
Bracht in 1963 de Nota betreffende een pluriform en expansief bouwbeleid uit. Voorwaarden om de bouwvak aantrekkelijker te maken (zoals vrijstelling militaire dienst, prestatiebeloning, toewijzing woonruimte aan bouwvakkers) en bevordering van arbeidsbesparende bouwsystemen staan centraal in deze nota. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap werd de bouwproductie opgevoerd (100.000 woningen per jaar) |
| - | |
Voerde in 1965 de premie-b woning in |
| - | |
Bracht in 1966 de Tweede Nota inzake de Ruimtelijke Ordening uit. Daarin wordt ervan uitgegaan dat er in 2000 ca. 20 miljoen inwoners zullen zijn. Gebundelde deconcentratie (groeikernen buiten de grote steden, zoals Zoetermeer en Purmerend) wordt beleidsuitgangspunt bij het beleid om die groei op te vangen. Tussen stedelijke gebieden moeten groene bufferzones blijven bestaan. Verstedelijking moet plaatsvinden aan de buitenranden van de Randstad, waardoor het Groene Hart 'groen' kan blijven. Om de groei van het autoverkeer op te vangen, moet de capaciteit van het wegennet vervijfvoudigd worden. In de nota is ook aandacht voor openbaar vervoer, recreatie, zoetwatervoorziening en de bestuurlijke organisatie (stadsgewesten). |
| - | |
Diende in 1966 een wetsvoorstel in tot invoering van een huurbelasting ter bevordering van de doorstroming |