| - | |
ambtenaar ter secretarie, gemeente Papendrecht, van 1932 tot 1935 |
| - | |
commies-redacteur, secretarie gemeente Almelo, van 1935 tot 1939 |
| - | |
hoofdcommies-redacteur, secretarie gemeente Rijswijk (Z.H.), van 1939 tot 1945 |
| - | |
gemeentesecretaris van Rijswijk (Z.H.), van 1945 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 1946 tot 5 april 1967 |
| - | |
fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1963 tot 5 april 1967 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 |
| - | |
ambteloos, vanaf 7 juli 1971 |
| - | |
plaatsvervangend voorzitter commissie van beroep Christelijk Nijverheidsonderwijs |
| - | |
secretaris Havencommissie te Almelo |
| - | |
secretaris Ambtenarenscheidsgerecht te Almelo |
| - | |
redacteur "Gemeentebeleid" |
| - | |
lid Staatscommissie inzake het kiesstelsel en wettelijke regeling der politieke partijen (Staatscommissie-Teulings), van februari 1953 tot december 1954 |
| - | |
lid dagelijks bestuur industrieschap "Plaspoelpolder", van 26 oktober 1953 tot 1967 |
| - | |
lid schoolvereniging te Rijswijk (Z.H.) |
| - | |
voorzitter Christelijke MULO-school te Rijswijk (Z.H.) |
| - | |
lid Kiesraad, van 21 februari 1957 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid bestuur Stichting TVN (Nationale Stichting Televisiereclame Nederland), van februari 1963 tot 1967 |
| - | |
lid Pacificatiecommissie voor de omroepkwestie, van 30 december 1963 tot 1965 |
| - | |
lid Kiesraad, van 11 februari 1972 tot 1 januari 1976 |
| - | |
voorzitter Kiesraad, van 1 januari 1976 tot 22 augustus 1979 |
| - | |
Bewerkstelligde op 9 mei 1967 het eervolle ontslag van burgemeester Van Hall van Amsterdam, vanwege diens beleid ten aanzien van de ordehandhaving. Bij dit ontslag speelde minister-president De Jong overigens een belangrijke rol, omdat hij Van Hall verzocht op te stappen. |
| - | |
Stelde op 26 augustus 1967 de Staatscommissie-Cals/Donner in, die advies moest uitbrengen over staatkundige vernieuwing |
| - | |
Bracht in 1968 met minister Polak een nota over het ombudsvraagstuk uit |
| - | |
Diende in 1968 een wetsvoorstel in tot vorming van een nieuwe gemeente IJmuiden. Dit voorstel werd in 1972 verworpen. |
| - | |
Bracht in 1969 samen met staatssecretaris Van Veen de Nota bestuurlijke organisaties uit. In deze nota worden richtlijnen ontvouwd voor gemeentelijke herindeling en gewestvorming. Gemeenten met minder dan 6000 inwoners moeten hun levensvatbaarheid aantonen om zelfstandig te kunnen blijven bestaan. Herindelingen zullen voortaan streeksgewijs plaatsvinden en moeten leiden tot grotere gemeenten of gewesten. Herindelingen en grenswijzigingen moeten gedurende één generatie tot bestuurlijke rust leiden. Gemeentelijke herindeling moet op gewestvorming worden afgestemd. |
| - | |
Hief in 1970 het ambtenarenverbod op, dat gold voor leden van de CPN, de ANJV, de Nederlandse Vrouwenbond en de EVC |
| - | |
Diende in 1970 samen met minister Polak een wetsvoorstel in over opheffing van het uit 1903 daterende stakingsverbod voor ambtenaren. |
| - | |
Diende in 1970 en 1971 wetsvoorstellen in tot gemeentelijke herindeling van Noordwest-Overijssel, van de Zaanstreek en van het Land van Heusden en Altena, en tot uitbreiding van de gemeenten Alkmaar, Deventer, Amersfoort en Eindhoven. De voorstellen werden, met uitzondering van die over Deventer, door zijn opvolgers Geertsema en De Gaay Fortman in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Diende in 1971 een wetsvoorstel voorschriften met betrekking tot de gewesten in. Dit voorstel werd in 1979 door minister Wiegel ingetrokken. |
| - | |
Een door hem verdedigde wijziging van de Kieswet over vergroting van het effect van de voorkeurstem werd in 1971 door de Eerste Kamer verworpen. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap vond de eerste lezing van de partiële Grondwetsherziening plaats. |
| - | |
Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap: Verdam (ARP, Commissaris van de Koningin in Utrecht), Rijpstra (CHU, Commissaris van de Koningin in Friesland), Toxopeus (VVD, Commissaris van de Koningin in Groningen); Baeten (KVP, burgemeester van Maastricht), Samkalden (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Marijnen (KVP, burgemeester van 's-Gravenhage), Buiter (PvdA, burgemeester van Groningen) en Van Tuyll van Serooskerken (VVD, Utrecht) |
| - | |
In totaal werden tijdens zijn ministerschap 102 gemeenten opgeheven en 25 nieuwe gemeenten gevormd. |
| - | |
Bracht in 1967 een wet tot stand waarbij het grondgebied van de gemeente Helmond werd uitgebreid. De gemeente Stiphout werd opgeheven. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout. |
| - | |
Bracht in 1968 een wet tot stand waardoor de gemeenten Bellingwolde en Wedde werden samengevoegd tot Bellingwedde |
| - | |
Bracht in 1968 een wijziging (Stb. 253) van Kieswet tot stand, waarbij de kiezerslegitimatiepas wordt ingevoerd voor Tweede-Kamer- en Statenverkiezingen. Daardoor kunnen kiezers desgewenst hun stem uitbrengen in een willekeurig andere gemeente dan de woongemeente. |
| - | |
Bracht in 1968 een wet tot uitbreiding van de gemeente Groningen tot stand onder meer door samenvoeging van Groningen met de gemeenten Hoogkerk en Noorddijk. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout. |
| - | |
Bracht in 1968 een wet tot stand waarbij de gemeenten Dinther en Heeswijk werden samengevoegd |
| - | |
Bracht in 1968 een wet tot opheffing van de gemeente Wildervank en verdeling van het gebied van die gemeente over de gemeenten Onstwedde en Veendam. De vergrote gemeente Onstwedde krijgt de naam Stadskanaal. Het wetsvoorstel was in 1965 ingediend door staatssecretaris Westerhout. |
| - | |
Bracht in 1968 een wijziging (Stb. 494) van de Wet op de lijkbezorging tot stand, waardoor crematie gelijk werd gesteld aan begraven. |
| - | |
Bracht in 1968 de wet regeling schadeloosstelling leden Tweede Kamer der Staten-Generaal (Stb. 584) tot stand. De schadeloosstelling wordt verhoogd van f 25.000 naar f 40.000. Neveninkomsten boven de f 5000 worden voor de helft in mindering gebracht op de schadeloosstelling. Er komt een automatische koppeling met de stijging van de ambtenarensalarissen. |
| - | |
Bracht in 1968 samen met minister Polak een wijziging (Stb. 734) van de Politiewet tot stand, waardoor in die wet een paragraaf werd opgenomen over de taak en bevoegdheden ten aanzien van het verkeer. Er kwam een Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie en de samenwerking tussen rijks- en gemeentepolitie op verkeersgebied werd vereenvoudigd. |
| - | |
Bracht in 1969 samen met minister Bakker een wet tot instelling van het openbaar lichaam "Zuidelijke IJsselmeerpolders" tot stand. In dit nieuwe, drooggelegde gedeelte van het IJsselmeer komt een landdrost, die bestuurlijk rechtstreeks onder de minister van Binnenlandse Zaken valt. Verder is er een gekozen adviescollege. |
| - | |
Bracht in 1969 een gemeentelijke herindeling in Zuid-Beveland tot stand. Hierdoor worden onder meer de gemeenten Kruiningen, Rilland-Bath, Heinkenszand en Kloetinge opgeheven. Er worden vijf nieuwe gemeenten gevormd. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout. |
| - | |
Bracht in 1969 wetten tot waardoor de gemeenten Meerlo en Wanssum werden samengevoegd en grondgebied van de gemeente Stoutenburg werd verdeeld over de gemeenten Amersfoort en Leusden. |
| - | |
Bracht in 1969 een wijziging (Stb. 535) van de Gemeentewet tot stand waardoor de verantwoordingsplicht van burgemeesters en wethouders aan de gemeenteraad wordt uitgebreid. Hierdoor wordt onder meer de burgemeester verplicht desgevraagd inlichtingen geven aan de raad over het door hem gevoerde politiebeleid. |
| - | |
Bracht in 1969 de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Stb. 594) tot stand, die een regeling bevat voor een uitkering en pensioen aan politieke ambtsdragers en hun nabestaanden; de wet bevat diverse anti-cumulatiebepalingen. Ministers, staatssecretarissen, Tweede-Kamerleden, Gedeputeerden en wethouders hebben na hun ontslag tot hun 65ste voor twee tot zes jaar recht op een uitkering. Na hun 65ste hebben ze recht op pensioen. Tweede-Kamerleden die tien jaar lid zijn geweest en bij hun ontslag vijftig jaar zijn, behouden het pensioen tot hun 65ste. Inkomsten uit andere arbeid worden in mindering gebracht op de uitkering. |
| - | |
Bracht in 1970 een wet tot uitbreiding van de gemeente Maastricht tot stand, onder meer door samenvoeging van Maastricht met de gemeenten Amby, Borgharen, Heer en Itteren. |
| - | |
Bracht in 1970 een wet tot uitbreiding van de gemeente Dordrecht tot stand. Het Eiland van Dordrecht wordt één gemeente en de gemeente Dubbeldam wordt opgeheven. |
| - | |
Bracht in 1970 een wijziging (Stb. 81) van de Kieswet tot stand, waardoor de opkomstplicht bij verkiezingen wordt afgeschaft. De bestaande plicht was in de praktijk nauwelijks te handhaven en een adviescommissie pleitte voor afschaffing. |
| - | |
Bracht in 1970 een gemeentelijke herindeling in Zeeuws-Vlaanderen tot stand. Hierdoor worden onder meer de gemeenten Breskens, Philippine, IJzendijke, Sint Jansteen, Retranchement en Clinge opgeheven. Er komen zeven nieuwe gemeenten. |
| - | |
Bracht in 1970 wetten tot stand over zes gemeentelijke herindelingen in Noord-Holland. Daardoor worden de nieuwe gemeenten Barsingerhorn, Graft-De Rijp, Niedorp, Schermer, Venhuizen en Zeevang gevormd. |
| - | |
Bracht in 1970 een wet tot stand waardoor onder meer Oudewater overging van Zuid-Holland naar Utrecht en de gemeente Hoenkoop werd opgeheven. |
| - | |
Bracht in 1970 samen met minister Witteveen en staatssecretaris Grapperhaus een wet tot wijziging van bepalingen inzake gemeentelijke en provinciale belastingen (Stb. 608) tot stand. Die wet beoogt gemeenten en provincies meer mogelijkheden te geven een eigen financieel beleid te voeren. Er wordt onder andere een Onroerend-Goedbelasting ingevoerd ter vervanging van de grondbelasting en personele belasting. Ook de gemeentelijke vermakelijkheidsbelastingen worden afgeschaft, waar tegenover staat de mogelijkheid om retributies (zoals rioolrecht en parkeerheffingen) te verhogen. Provincies krijgen de bevoegdheid opcenten op de motorrijtuigenbelasting te heffen. |
| - | |
Bracht in 1970 een gemeentelijke herindeling van het eiland Tholen tot stand. Hierdoor wordt het gehele eiland Tholen één gemeente. |
| - | |
Bracht in 1970 een wet tot uitbreiding van de gemeente 's-Hertogenbosch tot stand door samenvoeging van 's-Hertogenbosch met de gemeenten Empel en Meerwijk en Engelen |
| - | |
Bracht in 1970 wetten tot stand tot uitbreiding van het grondgebied van de gemeenten Hoogeveen, Harlingen en Sneek |
| - | |
Bracht in 1971 een wet tot stand waardoor de gemeenten Vreeswijk en Jutphaas werden verenigd tot de nieuwe gemeente Nieuwegein |
| - | |
Bracht in 1971 een wet tot stand waardoor de gemeenten Lochem en Laren (Gld.) werden verenigd tot een nieuwe gemeente Lochem |
| - | |
Bracht in 1971 de wet tot instelling van de gemeente Dronten en voorlopig indeling van die gemeente bij de provincie Gelderland tot stand. |
| - | |
"Minister mr. H.K.J. Beernink", in: "Fragmenten uit de geschiedenis van Binnenlandse Zaken" (1979) |
| - | |
R. Vermaas, "Beernink, tragisch en bescheiden", in: "De Tijd", 31 augustus 1979 |
| - | |
J. van Tijn, "Het is nooit goed, hoe je het ook doet. Bij het overlijden van mr. H.K.J. Beernink", in: "Vrij Nederland", 1 september 1979 |
| - | |
H. van Spanning, "De Christelijk-Historische Unie", deel II (1988) |
| - | |
J. Bosmans, "Beernink, Hendrik Karel Jan (1910-1979)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 40 |